Onder naam KOINONIA LIVE! verzorg ik regelmatig bijbelstudies en beschouwingen over het kerkelijke leven.

Het onderscheid tussen lo tit'aveh en lo tachmod vormt een van de meest subtiele morele structuren in de Thora. De rabbijnse traditie leest deze twee termen niet als synoniemen, maar als twee stadia in een psychologische keten: het innerlijke verlangen en het daaropvolgende plan om het object van dat verlangen te verwerven. De Sefer HaChinuch maakt dit onderscheid scherp: lo tit'aveh (Deut. 5:18) verbiedt het koesteren van verlangen in het hart, terwijl lo tachmod (Ex. 20:14) het uitvoeren van een plan verbiedt om het begeerde object te verkrijgen, zelfs wanneer dat via ogenschijnlijk legitieme middelen gebeurt.Het laatste gebod van de Decaloog vormt een opmerkelijke verschuiving van het uiterlijke naar het innerlijke. Waar de voorafgaande geboden handelen over daden die zichtbaar zijn voor de wereld, richt het verbod op begeren zich op een beweging van het hart. De Sefer HaChinuch maakt van deze verschuiving een verfijnde juridische en morele architectuur door lo tachmod en lo tit'aveh niet als één, maar als twee afzonderlijke verboden te tellen. Daarmee wordt het innerlijke leven van de mens niet slechts moreel beoordeeld, maar halachisch gearticuleerd.Exodus spreekt over lo tachmod, het begeren van het huis, de vrouw, de dienaren en de dieren van de naaste. Deuteronomium herhaalt het gebod, maar met een andere term: lo tit'aveh, het verlangen. De rabbijnse traditie heeft deze dubbele formulering nooit als stilistische variatie gelezen, maar als een intentionele differentiatie. De Sefer HaChinuch volgt deze lijn en stelt dat lo tit'aveh het koesteren van verlangen in het hart verbiedt, terwijl lo tachmod het uitvoeren van een plan verbiedt om het object van dat verlangen te verwerven. Het innerlijke verlangen en de uiterlijke daad zijn dus niet twee graden van hetzelfde kwaad, maar twee afzonderlijke overtredingen die elk op zichzelf staan. Het verlangen leidt tot het begeren, maar de Thora verbiedt beide stadia onafhankelijk van elkaar.De klassieke commentaren ondersteunen deze tweedeling, maar elk vanuit een eigen hermeneutische gevoeligheid. Rashi leest lo tachmod als een verbod dat pas wordt overtreden wanneer men daadwerkelijk handelt om het begeerde object te verkrijgen. Voor hem is het niet de gedachte die verboden is, maar de poging om het object te verwerven, zelfs wanneer men daarvoor betaalt, zolang de eigenaar onder druk werd gezet. Rashi's lezing sluit nauw aan bij de halachische traditie die Deuteronomium 7:25 als bewijs gebruikt: begeren wordt pas overtreden wanneer men het object “neemt”, zelfs wanneer men het via een schijnbaar legitieme transactie verkrijgt.Sforno legt de nadruk op de innerlijke gerichtheid van het verlangen. Voor hem is lo tit'aveh geen verbod op spontane impulsen, maar op het cultiveren van een verlangen dat zich richt op wat niet toebehoort. Verlangen is voor Sforno geen reflex, maar een keuze: een mens kan zijn hart richten op wat hem toekomt, of op wat hem niet toebehoort. Lo tit'aveh is in zijn lezing een oproep tot innerlijke vrijheid, een discipline van het hart die voorkomt dat de mens zich laat meeslepen door de aantrekkingskracht van het bezit van de ander.Ramban biedt een synthese die zowel psychologisch als theologisch is. Hij stelt dat lo tachmod niet slechts een verbod is op het nemen van bezit, maar op het ontwikkelen van een verlangen dat zo sterk is dat het tot actie leidt. Voor Ramban is het verboden verlangen niet de vluchtige gedachte, maar het verlangen dat men vasthoudt, cultiveert en omzet in een plan. Zijn lezing maakt duidelijk waarom de Thora beide stadia afzonderlijk verbiedt: het verlangen is de wortel, de daad de vrucht. Door beide te verbieden, snijdt de Thora het kwaad af bij de bron én bij de uitwerking.Ibn Ezra gaat nog verder en stelt de vraag die elke moderne lezer stelt: hoe kan de Thora verlangen verbieden? Verlangen lijkt immers een spontane beweging van de menselijke psyche. Zijn antwoord is even eenvoudig als diepzinnig: een mens begeert slechts wat hij als bereikbaar beschouwt. Een boer kan de vrouw van zijn buurman begeren, maar nooit de prinses van het koninkrijk. De Thora gebiedt daarom niet het onmogelijk maken van verlangen, maar het herstructureren van de perceptie van wat “bereikbaar” is. Wanneer men werkelijk gelooft dat God de bezittingen van ieder mens heeft toegewezen, wordt het bezit van de ander even ver verwijderd als de prinses van de boer. Het verbod is dus niet een onderdrukking van verlangen, maar een heroriëntatie van het bewustzijn.Wanneer men deze rabbijnse inzichten toepast op Jezus' uitspraak in Mattheüs 5:28 — “Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd” — wordt duidelijk dat hij niet spreekt over een vluchtige gedachte, maar over een intentionele blik. De structuur van zijn uitspraak is identiek aan de structuur van lo tit'aveh: het gaat om het richten van het verlangen op een object dat jou niet toebehoort. Jezus radicaliseert de Thora niet; hij internaliseert haar op precies dezelfde manier als de rabbijnen, vooral Ramban, dat doen. Hij spreekt niet over de spontane impuls, maar over de intentionele blik die het verlangen activeert. De mens die een vrouw ziet en een gedachte voelt opkomen, overtreedt niets; de mens die haar “aanziet om haar te begeren” — die zijn blik richt, zijn verlangen vormt en zijn hart op een ander richt — overschrijdt de grens die de Thora stelt.De Sefer HaChinuch verbindt beide verboden aan het bredere verbod op diefstal in Leviticus 19:13. Niet omdat verlangen of begeren zelf diefstal zijn, maar omdat zij de psychologische wortel vormen van diefstal. De Thora kiest er daarom voor om niet het verbod op eigendomsdiefstal in de Tien Geboden op te nemen — dat gebod verwijst immers naar ontvoering — maar het verbod op begeren. Daarmee wordt de morele afstand die men moet bewaren tot het bezit van een ander radicaal vergroot: niet alleen de daad is verboden, maar zelfs de gedachte die tot de daad kan leiden.De discussie tussen Rambam en Ra'avad over de reikwijdte van lo tachmod illustreert deze spanning tussen innerlijk en uiterlijk. Rambam stelt dat zelfs wanneer de eigenaar uiteindelijk instemt met de verkoop, de koper het verbod overtreedt als hij hem onder druk heeft gezet. Ra'avad daarentegen beperkt het verbod tot gevallen waarin de eigenaar niet instemt en het object wordt genomen alsof het diefstal betreft. Rambam legt de nadruk op de intentie en de psychologische dynamiek van dwang; Ra'avad op de juridische status van de handeling. Beide posities tonen dat lo tachmod zich op het grensvlak bevindt van ethiek en recht, van innerlijk en uiterlijk, van verlangen en daad.Het verbod op verlangen en begeren is daarmee geen ascetische oproep tot emotionele onderdrukking, maar een verfijnde morele pedagogie. De Thora erkent dat verlangen de motor is van menselijke actie, maar zij eist dat deze motor niet gericht wordt op het bezit van de ander. De mens wordt opgeroepen om zijn verlangens te richten op wat hem toekomt, niet op wat hem niet toebehoort. In deze zin is lo tit'aveh de innerlijke discipline die lo tachmod mogelijk maakt, en lo tachmod de uiterlijke grens die lo tit'aveh beschermt.Het laatste gebod van de Decaloog is dus geen randverschijnsel, maar de voltooiing van de morele orde. Het verbiedt niet slechts de overtreding van de grens van de ander, maar zelfs de eerste beweging van het hart die die grens zou kunnen overschrijden. Het is een gebod dat de mens niet klein maakt, maar groot: het veronderstelt dat hij in staat is zijn verlangens te richten, zijn gedachten te ordenen en zijn hart te vormen naar een hogere maatstaf. In die zin is lo tachmod niet het einde van de Tien Geboden, maar hun kroon.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

AI-geproduceerde dialoog over de pericoop van de overspelige vropuw. Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.This episode includes AI-generated content.

In deze aflevering van Koinonia Bijbelstudie onderzoek ik de vraag of Paulus zelf verantwoordelijk is voor de latere anti‑joodse interpretaties van zijn brieven, of dat de ontsporing vooral te wijten is aan hoe de kerk hem eeuwenlang heeft gelezen. De auteur laat zien dat Paulus in zijn eigen tijd een Joodse denker bleef, trouw aan de Thora en vol liefde voor zijn volk. Zijn scherpe taal over “wet” en “genade” was bedoeld om heidenen toegang te geven tot de God van Israël, niet om het Jodendom af te wijzen. Maar toen de kerk haar Joodse wortels verloor, werden Paulus' woorden uit hun context gehaald en gebruikt om een tegenstelling tussen kerk en Israël te creëren die hij nooit bedoeld had. Zo ontstond een Paulusbeeld dat haaks staat op zijn eigen intenties. De kern: niet Paulus ontspoorde, maar de geschiedenis die zijn woorden losmaakte van hun Joodse bedding.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.This episode includes AI-generated content.

De preek opent met het gedicht De laatste dingen van Bertus Aafjes, waarin de dichter de menselijke sterfelijkheid beschrijft als een eenzame, verwarrende weg vol verlies van herinnering, richting en orde. De predikant herkent de eerlijkheid van dit gedicht, maar benadrukt dat het, zonder meer, een somber en verlammend mensbeeld geeft: de mens als blinde vink, zingend in het donker, zonder hoop of houvast.Daartegenover plaatst hij Psalm 90, die dezelfde menselijke kwetsbaarheid onder ogen ziet, maar haar in een heel ander licht zet. De psalm begint met het woord ma'on — “woning” of “schuilplaats” — en volgens rabbijn Hirsch is dit het sleutelwoord van de hele psalm. God is niet alleen een toevlucht in nood, maar een blijvende woonplaats: de plek waar we vandaan komen, waar we gedragen worden en waar we uiteindelijk naar terugkeren. In plaats van vergetelheid biedt Psalm 90 geborgenheid.Het tweede Hebreeuwse woord is enosj, “sterfelijk mens”. De psalm erkent onze broosheid, maar zegt tegelijk dat het God is die ons tot stof doet terugkeren. Dat betekent: ons leven is niet zinloos of stuurloos, maar staat in Gods hand. Waar Aafjes alleen de leegte ziet, wijst de psalm op Degene die achter onze sterfelijkheid staat.Het derde woord is chesed, Gods trouwe liefde. Elke nieuwe ochtend is een teken van die liefde. Waar Aafjes zegt dat wij vergeten worden, zegt Psalm 90 dat God niet vergeet. Zijn liefde blijft, draagt en vernieuwt. Daardoor wordt bidden mogelijk: de mens mag zijn kwetsbaarheid tot God brengen.Het vierde woord is limnot, “tellen”. Psalm 90 roept ons op onze dagen te tellen, niet om somber te worden, maar om wijs te leven. Tellen betekent: beseffen dat elke dag een geschenk is en vragen wat we ermee kunnen doen. Niet verlamd raken door sterfelijkheid, maar juist in actie komen, omdat onze tijd kostbaar is.De predikant laat zien dat Aafjes en Psalm 90 het eens zijn over de realiteit van sterfelijkheid, maar dat de psalm een weg wijst die Aafjes niet ziet: de weg van gebed, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Ons leven is kort, maar niet zinloos. God is onze woning, zijn liefde draagt ons, en Hij roept ons om onze dagen te vullen met liefde, trouw en wijsheid.De preek eindigt met het gebed van Psalm 90: “Bevestig het werk van onze handen.” Dat is de hoopvolle tegenstem tegenover Aafjes: dat wat wij doen niet vergeefs hoeft te zijn, omdat God het draagt en betekenis geeft.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Een theologische verkenning van twee contrasterende visies op de plaats van Israël in Gods heilsplan. Willem Ouweneel benadrukt een evangelicale verwachting van Israëls toekomstige bekering tot Christus, terwijl S.U. Zuidema juist pleit voor nederigheid en het respecteren van Israëls eigen, door God gewilde weg. Deze vergelijking laat zien hoe verschillend christenen de Schrift kunnen lezen — en hoe onze manier van spreken over Israël vooral iets onthult over onze eigen houding tegenover het mysterie van Gods handelen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Wanneer ik terugkijk op mijn eigen weg door de christelijke tradities, zie ik hoe verschillend de visies op Israël altijd zijn geweest. In de Vergadering van Gelovigen, waar ik zelf een tijdlang verkeerde, bood de bedelingenleer nog een zekere garantie dat Israël in Gods toekomst een plaats zou houden. Men sprak over de opname van de gemeente, en daarna zou God Zijn beloften aan het aardse volk Israël gaan vervullen. Zelfs de Torah, zo zei men, zou dan weer in ere worden hersteld. Het was een toekomstbeeld, een eschatologische verwachting, maar het had tenminste nog een vorm van trouw in zich.Daartegenover stond de gereformeerde theologie, die Israël vooral waardeerde als volk van het verleden. Het verbond, zo leerde men, was al vanaf Adam aanwezig en werd in Christus vernieuwd, maar bleef wezenlijk hetzelfde. De besnijdenis werd vervangen door de doop, de wetgeving kreeg een andere gestalte, maar de lijn bleef doorlopen. Israël had een fundament gelegd, maar de kerk had het huis gebouwd.En dan de evangelische beweging, inclusief de Vergadering: daar zag men voor Israël alleen nog een rol in de toekomst, ná de tenhemelopneming van de christenen. Het heden van Israël, het concrete volk, de levende traditie — die bleven buiten beeld.Niemand, werkelijk niemand, zag de betekenis van het huidige Israël.Zelfs onder Joodse christenen heerste verdeeldheid. Sommigen schaarden zich achter de evangelische visie, anderen achter de gereformeerde. Sommigen bevestigden hun verbondenheid met Israël vooral omdat zij meenden dat er een opdracht lag om het evangelie aan Israël te brengen. Anderen probeerden evangelische gemeenten te vormen die rabbijns‑joodse elementen in de liturgie opnamen, maar dan vooral met missionaire bedoelingen. En ja, er was dialoog met de rabbijnse traditie — maar mondjesmaat, en meestal vanuit de vanzelfsprekende overtuiging dat het Nieuwe Testament superieur was.Voor mij persoonlijk werd het anders toen ik werkelijk in aanraking kwam met de rabbijnse traditie. Toen ik Hebreeuws leerde. Toen ik de commentaren las, de Talmoed, en vooral toen ik in gesprek kwam met orthodox‑joodse leraren en vrienden. Dat heeft mijn theologische horizon blijvend veranderd.En nu sta ik op een kruispunt. Aan de ene kant zie ik de mogelijkheid om de christelijke theologie te hervormen, te zuiveren van de Griekse filosofische lagen die haar hebben vervormd, en haar opnieuw te wortelen in de Joodse denkwijze die al in het Nieuwe Testament aanwezig is. Maar tegelijk zie ik dat de kerk van vandaag — verzwakt, uitgehold, versnipperd — zo'n reformatie niet meer kan dragen. De generatie die nog over is, is moe. De structuren zijn fragiel. De geestelijke weerstand is laag.Aan de andere kant zie ik een weg die misschien bescheidener is, maar wel haalbaar: binnen de christelijke theologie twee dingen versterken. Ten eerste: de steun en solidariteit met Israël, niet als politiek programma, maar als theologische trouw. En ten tweede: de verrijking van de christelijke ethiek door de halachische manier van denken vruchtbaar te maken — Maimonides in plaats van Aristoteles, om het kort te zeggen. Een ethiek die niet begint bij abstracties, maar bij concrete daden, bij verantwoordelijkheid, bij het leven zelf.Maar dan lees ik bijdragen zoals die van Steven Paas. Teksten die de breuk met het jodendom niet alleen bevestigen, maar zelfs verdiepen. Teksten die steeds polemischer worden, steeds stelliger, steeds verder verwijderd van de Joodse wortels van het evangelie. En dan zinkt mij soms de moed in de schoenen. Dan vraag ik mij af of deze christelijke boedel nog wel te redden is. Of het niet beter is om haar aan haar lot over te laten.Want het voelt soms alsof de stemmen van Miskotte, van Zuidema, van al diegenen die de Joodse wortels van het christendom wilden eren, nooit echt gehoord zijn. Alsof de herlezing van het Nieuwe Testament door Sanders, Dunn en Nanos — die ons wilde bevrijden van eeuwen misverstaan — eenvoudigweg is weggewuifd. Alsof de theologie zich laat meeslepen door de propaganda van de dag, in plaats van door de Schrift en de traditie.En soms lijkt het alsof sommigen vooral willen dat de kerk zich naast de islam opstelt, en zich daarom des te sterker distantieert van Israël. Alsof de oude reflexen weer opstaan. Alsof de kerk opnieuw flirt met een vorm van Marcionisme, opnieuw de Joodse wortel wil afsnijden, opnieuw de Messias losmaakt van zijn volk.En dan denk ik aan de jaren dertig. Aan de Germaans‑christelijke beweging. Aan Arius. Aan Marcion. Aan al die momenten waarop de kerk haar eigen antisemitische kern niet onder ogen wilde zien — en daardoor bijna ten onder ging.Ik zeg dit niet lichtvaardig: de kerk staat opnieuw op zo'n moment. Voor de derde keer in haar geschiedenis wordt zij geconfronteerd met haar eigen neiging om Israël te marginaliseren, te vergeten, te vervangen. En dit keer is de situatie ernstiger dan ooit, omdat de kerk zelf zo zwak is geworden.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Er zijn vragen die we niet kunnen negeren, hoe vaak we ze ook proberen weg te duwen. De betekenis van Jezus' dood is zo'n vraag. Ze blijft terugkomen, omdat ze de kern raakt van wat het christelijk geloof zegt over God, mens en wereld. Misschien ook omdat woorden zoals straf, schuld en plaatsvervanging steeds minder vanzelfsprekend klinken als we ze naast de Bijbel, geschiedenis en onze eigen ervaring van God leggen.Het is niet dat deze woorden leeg zijn geworden, maar soms verhullen ze meer dan ze onthullen. Ze passen niet meer zonder dat er iets wringt. Als je teruggaat naar de wereld van de Hebreeuwse Bijbel, valt meteen iets op dat de klassieke strafleer onder druk zet. Offers functioneren daar niet als strafmechanisme. Het dier wordt niet gestraft, de zonde wordt niet op het dier gelegd en het offer bevredigt niet Gods toorn.De logica van Leviticus gaat over reiniging, herstel en nabijheid. Het gaat om het wegnemen van onreinheid, het herstellen van gemeenschap en het openen van een ruimte waar mens en God elkaar weer kunnen ontmoeten. Dat is de wereld waarin Jezus en Paulus leefden. Het is dan vreemd om Jezus' dood te zien als een strafmoment dat in de Hebreeuwse Bijbel nergens voorkomt.Ook Paulus' taal wijst in een andere richting dan vaak wordt aangenomen. Het woord hilasterion in Romeinen 3 verwijst niet naar het stillen van toorn, maar naar het wegnemen van zonde en naar de plek waar God en mens elkaar weer kunnen ontmoeten. Moderne lexica, het gebruik in de Septuaginta en de Joodse liturgische traditie ondersteunen dat.Paulus spreekt bovendien in termen van verzoening, bevrijding, rechtvaardiging en participatie in Christus. Deze woorden bewegen richting transformatie, niet strafverplaatsing. Ze passen bij een God die mensen naar zich toe wil brengen, niet bij een God die eerst genoegdoening eist voordat hij kan vergeven.Zelfs Jesaja 53 vertelt een ander verhaal wanneer je het nauwkeurig leest. De dienaar draagt, geneest en leidt omwille van het volk, maar nergens staat dat God hem straft in plaats van het volk. De tekst spreekt over solidariteit, over het opnemen van andermans lasten en over het doorleven van onrecht.De evangelieën vertellen het verhaal van Jezus' dood ook niet als een strafmoment dat God nodig heeft om te vergeven. Ze laten zien hoe Jezus trouw blijft tot het einde, hoe Gods Koninkrijk botst met menselijke macht, hoe liefde zichtbaar wordt in kwetsbaarheid en hoe leven sterker blijkt dan dood.Het beeld van het paasland dat Johannes gebruikt, is veelzeggend. Het lam wordt niet gestraft, maar het beschermt en bevrijdt. Zo wordt het paasland beschreven in Exodus; het land opent een weg. De evangelieën kennen geen scène waarin God zijn toorn op Jezus uitstort. Ze vertellen eerder hoe menselijke macht en angst zich tegen hem keren en hoe God hem rechtvaardigt door hem op te wekken.Wanneer je vervolgens luistert naar de vroegste kerk, hoor je vooral taal van genezing, bevrijding en transformatie: Christus als genezer, bevrijder, degene die de mensheid binnenleidt in Gods leven. De taal van straf verschijnt pas veel later in een andere context met andere vragen.De vroegste christenen dachten niet in termen van een hemels-juridisch systeem dat moest worden voldaan, maar in termen van bevrijding uit slavernij, genezing van gebrokenheid en deelname aan nieuw leven.Dit alles doet ertoe, omdat geloof alleen kan ademen wanneer het waarachtig is. Als de taal van straf wringt – historisch, moreel of pastoraal – dan is het geen verlies om haar los te laten. Het is een uitnodiging om dieper te luisteren naar de schrift, traditie en ervaring van mensen.En dan komt een praktische vraag: hoe vieren we het avondmaal wanneer traditionele liturgische taal vaak spreekt over het offerlam dat voor onze zonden gestorven is? Hoe kunnen we deze tafel vieren zonder de substitutieve logica te herhalen die we theologisch niet langer kunnen dragen?Misschien begint dit met beseffen dat het avondmaal nooit bedoeld was als heropvoering van een hemels strafmoment. Het is een maaltijd, geen rechtszitting. Jezus breekt brood en deelt wijn om gemeenschap te scheppen.Hij geeft zichzelf niet als gestrafte, maar als degene die liefheeft tot het uiterste. De tafel is een plek van herinnering én tegenwoordigheid; een plek waar we proeven dat God nabij is; dat vergeving geen transactie, maar een gave is; dat gemeenschap geschonken wordt.Misschien kunnen we de taal van het offerlam opnieuw horen als bevrijding: het paaslam in Exodus wordt niet gestraft; het beschermt en opent een weg naar vrijheid.In die lijn kan het avondmaal een viering worden van bevrijding, reiniging en nieuw leven: een plek waar we leren dat verzoening begint bij liefde die zichzelf geeft.Misschien is dit de weg: niet de liturgie afschaffen, maar opnieuw horen; niet woorden schrappen, maar ze laten ademen in het licht van de schrift zelf; Niet de avondmaalstafel veranderen in een dogmatische boodschap, maar de maaltijd laten zijn wat ze altijd al was: een maaltijd vol genade, gemeenschap en leven sterker dan de dood.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Er zijn momenten waarop taal zijn onschuld verliest. Woorden die ooit bedoeld waren om iets te duiden, raken los van hun oorspronkelijke context en gaan een eigen leven leiden. Ze worden geladen, ideologisch, gevaarlijk. De geschiedenis van de christelijke omgang met Mattheüs 27:25 laat dat op pijnlijke wijze zien. De zin “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen” is in de loop der eeuwen verschoven van een dramatische uitspraak binnen een intern Joods conflict naar een van de meest destructieve instrumenten van christelijk antisemitisme. Niet omdat de tekst dat per se beoogde, maar omdat latere generaties hem hebben ingezet als retorisch wapen tegen een heel volk.De ethische waarde van taal ligt echter niet in de intentie, maar in de uitwerking.Wie de geschiedenis van het antisemitisme kent, herkent het patroon. Een tekst wordt uit zijn bedding gelicht, veralgemeniseerd, moreel verzwaard en vervolgens gebruikt om een collectief te demoniseren. De historische situatie vervaagt; wat overblijft is een ideologisch beeld van “de Joden” als moreel verdorven en schuldig. Zo ontstaat een blood libel: een beschuldiging die niet langer verwijst naar feiten, maar naar een vijandbeeld dat zichzelf voedt.Vanuit die historische gevoeligheid zie ik met groeiende zorg hoe in het hedendaagse debat over Israël vergelijkbare mechanismen werkzaam zijn. Termen als “genocide”, “apartheid”, “kolonialisme” en “bezetting” worden in bepaalde activistische contexten niet gebruikt als nauwkeurige juridische begrippen, maar als ideologische etiketten die een volk of een staat reduceren tot een morele karikatuur.Dat betekent niet dat elk gebruik van deze woorden per definitie onjuist of kwaadaardig is. Maar in vele discoursen functioneren ze niet langer beschrijvend; ze worden instrumenten van demonisering. Slogans die emoties aanwakkeren in plaats van de werkelijkheid te verhelderen. Wapens in een ideologische strijd, geen middelen tot analyse. Precies daarin schuilt hun gevaar.De parallellen met Mattheüs 27:25 zijn niet historisch, maar retorisch. In beide gevallen zien we hoe taal wordt losgemaakt van nuance en context, hoe een collectief wordt aangesproken alsof het één morele actor is, hoe een complex conflict wordt teruggebracht tot een zwart-witbeeld, en hoe woorden worden gebruikt om een vijandbeeld te creëren dat zich afsluit voor correctie.Wanneer ik hoor hoe pro-Palestijnse groepen en Hamas-aanhangers termen als “genocide” en “apartheid” hanteren, herken ik datzelfde mechanisme. De woorden dienen niet om een juridische discussie te voeren, maar om een moreel oordeel te vellen. Niet om de werkelijkheid te onderzoeken, maar om een vijandbeeld te bevestigen. Ze functioneren niet als begrippen, maar als beschuldigingen. In die zin zijn het moderne blood libels.Het gaat er niet om politieke kritiek onmogelijk te maken. Kritiek op staten, regeringen, beleid en militaire acties is essentieel in elke democratische samenleving. Maar kritiek verliest haar legitimiteit wanneer zij omslaat in demonisering. Wanneer woorden worden gebruikt om een volk te ontmenselijken, wanneer begrippen worden ingezet als wapens, wanneer taal wordt gebruikt om haat te mobiliseren, betreden we gevaarlijk terrein. De geschiedenis van het antisemitisme laat zien hoe snel zulke retoriek kan ontsporen.Daarom is het noodzakelijk deze mechanismen te benoemen. Niet om historische situaties gelijk te schakelen, maar om zichtbaar te maken hoe vijandbeelden ontstaan. Hoe taal groepen kan reduceren tot negatieve morele categorieën. Hoe woorden kunnen worden ingezet om haat te legitimeren. En hoe belangrijk het is om alert te blijven op elke vorm van retoriek die mensen ontmenselijkt, ongeacht wie het doelwit is. Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

De Bijbel gebruikt het woord gebod (Hebreeuws mitsvah, van tsivvah; Grieks entolē) niet als een koude regel, maar als een verbondswoord. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament verwijst het naar Gods liefdevolle leiding. Tsivvah betekent “opdragen” binnen een relatie van trouw: Gods geboden zijn bedoeld als wegwijzers naar leven, welzijn en toekomst, zoals te zien is in Deuteronomium 4:40 en Jozua 1:7. Ze beschermen het leven en rusten de mens toe.Het Nieuwe Testament sluit hier direct op aan. Entolē krijgt bij Jezus een diepe, relationele betekenis. Zijn woorden in Johannes 14:15 en 15:12 laten zien dat gehoorzaamheid voortkomt uit liefde en dat Zijn gebod — elkaar liefhebben zoals Hij liefheeft — de vervulling is van Gods bedoeling. 1 Johannes 5:3 verbindt dit expliciet met Deuteronomium: Gods geboden zijn niet zwaar, maar een weg naar leven.Daarom is het onjuist te denken dat christenen “niets met de Torah te maken hebben”. Jezus schaft de Torah niet af, maar bevestigt en verdiept haar. “Mijn geboden” verwijst naar dezelfde goddelijke wil die Mozes onderwees. De Torah van Mozes en de wet van Christus zijn geen tegenpolen, maar verschillende momenten in hetzelfde verhaal van Gods onderwijzing. Wie Jezus volgt, wandelt in de weg die God vanaf het begin heeft gewezen: een leven van liefde, trouw en gehoorzaamheid.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Wat betekent het licht van Chanoeka werkelijk?In de Talmoed wordt het wonder van een kruikje olie centraal gesteld, bij Hegel verschijnt licht als de zelfopenbaring van de Geest, en in het Johannesevangelie wordt het licht belichaamd in de Logos die de duisternis overwint.In deze aflevering wil ik laten zien hoe drie tradities – Joods, filosofisch en christelijk – elkaar ontmoeten in het motief van licht, en hoe dit symbool ons uitnodigt om de overgang van het historische naar het eeuwige te zien.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Christenen houden van de Psalmen van David, omdat ze worden verbonden met de Messias Jezus. Maar als het gaat om liederen van Israël die een gebed bevatten om Gods verdelging van haar vijanden, trekken Christenen zich terug. Maar juist de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 geven de gelegenheid om dergelijke psalmen concreet te begrijpen. Ik zou z elfs zeggen: ook deze psalmen zijn "messiaans". In deze korte uitzending van Koinonia Live een uitleg daarover.Het was een beetje een experiment, omdat ik niet de gebruikelijke opstelling gebruikte, maar gewoon in de huiskamer zat...Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Hebben de Palestijnen een recht op terugkeer naar Palestina, in de huidige staat Israël? De Palestijnen houden vol dat die terugkeer een voorwaarde van vrede is. Maar hoe zit het nu echt, feitelijk en juridisch? Ik hoop maar dat Christenen de feiten weer opnieuw gaan beschouwen en zich bekeren van het gedachtenloos herhalen van Hamas-propaganda.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

De teksten die ik lees gaat over Bijbelteksten die voor mij van groot belang zijn. Deze keer Psalm 119:1, 3 etc,; Deut. 6:5, 6, en Nehemia 8:9.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

In deze blog bespreek ik de trend onder sommige predikanten om te beweren dat God onkenbaar is en dat spreken over God zinloos is. Ik betoog dat hoewel directe kennis van God misschien onmogelijk is, de kerk toch kennis van God overbrengt en veronderstelt in haar leer en praktijken. Ik benadruk het belang van het begrijpen van God door de interpretatie van Gods Woord door de kerk, in plaats van alleen te vertrouwen op persoonlijke ervaringen of subjectieve overtuigingen. Uiteindelijk wil ik de these verdedigen dat de kerk ervan uitgaat dat God gekend kan worden door Zijn woord, en daarom verwerp ik het idee uit dat Gods bestaan en karakter zonder meer buiten ons menselijk begrip vallen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Een "Deep Dive" discussie over Karl Barth's uitleg van het Onze Vader. Dit keer heb ik een aantal vragen en opmerkingen gemaalkt en daarom ging de conversatie een andere kant op.Het eindsresultaat is een sterk Barthiaanse benadering van het Onze Vader maar toch ook met een nadruk - door mij in de discussie gebracht - over de praktische toepassing van het Onze Vader.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Verkondiging Medemblik 12/1/25Vandaag mocht ik in Medemblik voorgaan in de eredienst. Ik had dezelfde preek als vorige week, zodat de gemeente voor de tweede keer het verhaal hoorde over de drie koningen. Het waren natuurlijk geen koningen, maar magiërs. Daarom vertelde ik ook over de middeleeuwse belangstelling voor deze magiërs, die al snel werden gezien als koningen en de namen Caspar, Melchior en Balthasar kregen.Het bijzondere aan de preek van vandaag vond ik wel de vrijheid waarmee ik over de tekst van Matteüs 2 heb gesproken. In de eerste plaats wilde ik wat historische problemen oplossen. Waar kwamen de koningen vandaan? Eigenlijk weten we dat niet. Waren het er precies drie? Ook dat weten we niet. Hoe zat het met die ster? Of was het misschien een ander verschijnsel aan de nachtelijke hemel? Misschien wel de conjunctie van Jupiter en Saturnus? Het idee is dat Jupiter de oude koning representeerde en Saturnus de nieuwe koning. Volgens astronomen verscheen in het jaar 7 voor Christus Jupiter boven Saturnus. Dat wil zeggen, de oude koning regeerde nog, maar in het jaar 4 voor Christus verscheen Saturnus boven Jupiter. De nieuwe koning staat dan hoger dan de oude koning in de astrologische symboliek van deze magiërs.Daarbij moet je begrijpen dat deze conjunctie plaatsvindt in het sterrenbeeld Vissen, dat altijd werd geassocieerd met Israël. Maar daarmee zijn niet alle vragen beantwoord. Waarom zouden deze magiërs interesse hebben in de geboorte van een nieuwe koning in Israël? Het is waar dat Matteüs kon weten dat deze magiërs in het huidige Iran, in Perzië, ook wel koningmakers werden genoemd. Koningmakers omdat zij konden bepalen op grond van astrologische tekens wanneer een nieuwe koning werd geboren en wanneer dus de oude koning zou moeten aftreden ten gunste van de nieuwe.Zelfs als dat zo is, blijft toch de vraag overeind waarom zij interesse zouden hebben in deze nieuwe koning in Israël. En dat leidt tot een belangrijk punt: namelijk of Matteüs hier geschiedenis beschrijft of een prachtig verhaal vertelt. Ik denk het laatste. Het verhaal van Matteüs wil wedijveren met verhalen uit het Oosten en uit het Romeinse Rijk over de bijzondere omstandigheden van de geboorte van een koning.Een zaak waar eigenlijk in Israël niemand echt belangstelling voor had, wellicht met uitzondering van Herodes. Als Herodes inderdaad astrologen in dienst had en astrologie belangrijk vond, valt te verklaren waarom hij het getuigenis van de wijzen zo belangrijk vindt. En dat terwijl de schriftgeleerden in Jeruzalem weliswaar vertellen dat de nieuwe koning geboren zou moeten worden in Bethlehem in Judea, maar verder geen enkele interesse tonen in zijn geboorte.Matteüs vertelt dit verhaal dus vooral om te laten zien wat de toestand is van Jeruzalem. Dat is zijn intentie. Hoe is het gesteld met Jeruzalem? Heel simpel: als de nieuwe koning is geboren, is er voor zijn komst geen belangstelling. En het zijn niet-joden uit het oosten die dit nieuws naar Jeruzalem brengen. Dat laat iets zien van de afdwaling van Israël en hun onverschilligheid tegenover de nieuwe koning.De interesse van Herodes wordt dan ook alleen gewekt doordat hij een mogelijke opstand tegen zijn gezag vreest. Uiteraard is zijn wens om deze koning te aanbidden doortrokken van valse motieven. Hij zal niets anders willen dan deze troonpretendent doden om zo zijn eigen macht te bevestigen.Dat was het eerste deel van mijn preek vanochtend. Maar ik wilde eigenlijk iets anders laten zien. Matteüs heeft het niet alleen over de komst van de Messiaanse koning in deze wereld, maar hij brengt ook op een bijzonder poëtische manier tot uitdrukking hoe wij ons tegenover deze koning moeten opstellen.We horen onze schatkisten mee te brengen en daar goud, wierook en mirre in mee te dragen: het goud van gerechtigheid, wierook als toewijding aan Gods koningschap en mirre voor onze pijn, lasten en zorgen van het leven.Vooral dat laatste werd onderwerp van mijn preek. We gaan door vele moeilijkheden heen; er is soms chaos en veel lijden bij onszelf of bij degenen die wij liefhebben. Ook die pijn en zorg mogen we bij God brengen. Zoals ik vaak zeg tijdens het gebed op zondag: laten we dan even stil zijn om onze zorgen bij Gods troon achter te laten.Dat betekent afstand nemen daarvan omdat al die zorgen op onze schouders juist zwaarder maken. We moeten leren beseffen dat uiteindelijk niet alles van ons afhangt; we mogen dat overgeven aan degene die ons willen helpen, net zoals aan God die uiteindelijk alles beheerst.Kunnen we dat doen, dan worden onze zorgen duidelijker en makkelijker te dragen. Dat is misschien wel de belangrijkste les uit deze tekst als we hem toepassen op onze eigen situatie.En dan komt die grote vraag: wat hebben wij in onze schatkist meegenomen om deze koning te eren? In het christelijk geloof gaat het immers niet alleen om wat God geeft, maar ook om wat wij zelf mogen geven door Zijn kracht.Wat heb ik nog meer in mijn schatkist zitten? Goud en wierook horen daar sowieso bij, maar wat kan ik nog verder bijdragen? Wat is mijn persoonlijke bijdrage aan dit eerbetoon aan de koning?Misschien is het mijn gastvrijheid of mijn vaardigheid om troostende woorden te spreken voor anderen. Misschien een vorm van leiderschap zoals ook nodig is binnen onze gemeente of een ander talent dat ik kan inzetten.Van materiële verzorging tot verkondiging; uiteindelijk gaat het om onze persoonlijke kist met schatten die we aan deze kwetsbare koning mogen aanbieden om zo bij te dragen aan Zijn komende koninkrijk.Bedankt voor jullie aandacht!Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Kort overzicht van de verschillen tussen de opvattingen over (rituele) onreinheid om Jodendom en bij Jezus volgens de Synoptische evangelieënBecome a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

In Levinas' werk On Escape uit 1935 onderzoekt hij het concept van “ontsnappen” als een fundamentele menselijke behoefte om uit de beperkingen van het bestaan te stappen. Deze behoefte om te ontsnappen is niet simpelweg een verlangen om onaangename realiteiten te vermijden, maar een dieper verlangen om los te komen van de beperkingen en het gewicht van het bestaan zelf. Levinas beschrijft ontsnappen niet als een vlucht naar een specifieke bestemming, maar als een pure behoefte om eruit te komen. Het gaat niet om het zoeken van een toevluchtsoord of het vinden van een betere plek, maar om de handeling zelf van het loskomen van de ketenen van het zijn.Ontsnappen is geworteld in de ervaring van misselijkheid, een gevoel van overweldigd worden door de pure feitelijkheid en onontkoombaarheid van het zijn. Misselijkheid onthult de “wreedheid van het zijn”, het feit dat het zich aan ons opdringt zonder onze toestemming, wat leidt tot een gevoel van gevangen zijn. Schaamte is nauw verbonden met misselijkheid en ontsnappen. Het komt voort uit het besef van onze eigen kwetsbaarheid en blootstelling, ons onvermogen om ons voor onszelf of anderen te verbergen. Deze schaamte onthult de “onveranderlijk bindende aanwezigheid van het Ik in zichzelf”.Genot biedt een valse belofte van ontsnapping. Hoewel het een tijdelijk gevoel van bevrijding en extase geeft, leidt het uiteindelijk terug naar hetzelfde gevoel van opsluiting en teleurstelling. Genot is een “bedrieglijke ontsnapping” die er niet in slaagt echte vrijheid te bieden. Levinas contrasteert ontsnappen met andere filosofische concepten. Ontsnappen staat los van scheppen of worden; terwijl scheppen inhoudt dat er iets nieuws ontstaat, is ontsnappen erop gericht om los te komen van het zijn. Ontsnappen is geen heimwee naar de dood; de dood wordt niet gezien als een oplossing of een echte uitweg, maar slechts als een intensivering van de fataliteit van het zijn. Idealisme biedt een beperkte vorm van ontsnapping; hoewel het de materiële wereld probeert te overstijgen via het rijk van de ideeën, blijft het uiteindelijk gebonden aan de categorieën van het zijn.Levinas erkent de uitdagingen van het conceptualiseren van ontsnapping en beschrijft het als een “onnavolgbaar thema” dat moeilijk te vatten en te verwoorden is. Het verzet zich tegen eenvoudige categorisering en vereist een nieuwe filosofische taal om het adequaat uit te drukken. Zijn vroege werk biedt geen duidelijk pad voor ontsnapping en presenteert het als een noodzakelijke maar uiteindelijk niet gerealiseerde behoefte. Later gaat Levinas verder dan het concept van ontsnappen en ontwikkelt hij meer genuanceerde ideeën zoals de hypostase in Existence and Existents en de ethische relatie tot de Ander in Totality and Infinity en Otherwise than Being. Deze latere werken bieden alternatieve manieren om de beperkingen van het zijn te overstijgen, waarbij de nadruk ligt op de ethische verantwoordelijkheid voor de ander als middel om los te komen van de egocentrisme van het zijn.Belangrijk is dat Levinas' concept van ontsnappen aan het zijn, hoewel later verlaten, een krachtige illustratie blijft van zijn fenomenologische benadering van het begrijpen van de menselijke conditie. Het onthult een diepgeworteld verlangen naar iets buiten de grenzen van ons bestaan, een verlangen dat uiteindelijk zijn vervulling vindt in het ethische domein.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Morgen is het eerste advent en dan ga ik voor in de Samenvaart, dat is de gemeente van de PKN in Anna Paulona. Ik lees dan twee teksten die traditioneel ook als aankondigingen, als profetieën van de Messias worden gezien. Uit Jesaja 9 vers 1 tot en met 6 en uit Jesaja 11 vers 1 tot en met 10.In deze uitzending heb ik het over Jesaja 9 en het is toch wel heel bijzonder wat we daar vinden, want dat het een messiaanse profetie is in christelijke zin is eigenlijk helemaal niet zo duidelijk. Dat zou dan alleen gezegd kunnen worden van een aantal bijzondere woorden in de tekst die dan geheel buiten de eigen context worden geïnterpreteerd. Het volk dat in duisternis rondwandelt is natuurlijk in onze beleving Israël en het schitterende licht is het licht van Kerst, van de komst van Jezus. De namen die aan dit kind, dat geboren is in vers 5, aan dat kind worden toegekend zijn bijvoorbeeld sterke God, en eeuwige Vader, wat suggereert dat deze Jezus identiek is aan God zelf. Maar zoals ik zal uitleggen heeft de tekst eigenlijk veel meer te maken met het herstel van Israël en dat is een boodschap die wij doorgaans niet willen horen.Dat herstel van Israël is gedeeltelijk een toekomstige zaak, maar het is ook heel goed mogelijk om de tekst te lezen als een bevestiging van het huidige bestaan van Israël dat immers ook steeds door strijd en de oorlog heen gegaan is. De tekst bevat de belofte dat de volkeren die Israël proberen te vernietigen uiteindelijk zullen worden verbruizeld en vernietigd.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Is de inhoud van de Christelijke theologie een nadenken over de voortgaande apostolische prediking? Of is het startpunt de complexe geschiedenis van de eerste gemeente die begon met onderwijs en prediking van Jezus, maar zich geleidelijk heeft ontwikkeld tot een Christendom dat gebroken heeft met het Jodendom.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Persoonlijke podcast over de "onopgeefbare verbondenheid met Israel" die de facto al sinds 2004 niet meer bestaat, die volgens sommigen te warrig is om gehandhaafd te worden en die nu tijdens de Synode van de PKN dreigt geheel en al te verdwijnen.Zie ook:https://youtu.be/_Tfwlgjof9cBecome a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Genesis 2, Hooglied 2Gods liefde voor en in mensen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Het christendom beschouwt Jezus niet alleen als de zoon van God in de oud-testamentische zin, maar ook als God de Zoon, wat deel uitmaakt van de drie-eenheid. Dit idee was mogelijk nog niet volledig ontwikkeld tijdens de tijd van de synoptische evangeliën (Matthäus, Marcus, Lukas). In het Nieuwe Testament zijn er teksten die zowel de goddelijkheid als de menselijkheid van Jezus benadrukken.Een belangrijke tekst uit Matthäus 11:27 benadrukt de unieke relatie tussen Jezus en God, waarbij wederkerigheid in kennis en openbaring centraal staat. Deze wederkerigheid betekent echter niet gelijkheid; de vader blijft de hoogste autoriteit, zoals blijkt uit teksten waarin Jezus niet alles weet, bijvoorbeeld over het einde der tijden.De macht van Jezus is ook beperkt, zoals blijkt uit Matthäus 20:23, waar Jezus zegt dat hij niet kan bepalen wie aan zijn rechter- of linkerhand zit in het koninkrijk. Jezus' rol was om de Messias te zijn en zijn nabijheid tot God als een opdracht te zien. Hij leerde zijn discipelen om volhardend te bidden en vertrouwen te hebben in Gods antwoord, wat zijn eigen houding weerspiegelde. Wie voldeed aan Gods opdracht mocht er zeker van zijn dat God zijn gebed zou verhoren. Jezus' instructies aan zijn discipelen tonen zijn beeld van God en zijn rol als Messias, waarbij hij God als het ware dwong om in te grijpen en het messiaanse rijk te brengen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Preek in Warmenhuizen, in de oude Ursulakerk.Teksten:Ex. 33 en 34; Psalm 85.God zien of horen? Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

De liefde voor de vijand is niet iets dat pas in het Nieuwe Testament wordt onderwezen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Liefde die niet wordt uitgelokt door de beminnelijkheid van een ander, die niets terug verwacht, die alleen de belangen van een ander op het oog heeft, die tot offers bereid is, moet zonder meer agapè worden genoemd.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Wat is liefde? Ik ben veel met de de Bijbel bezig, dus dat is mijn grote bron. Niet het woordenboek, niet de psychologie en uit mijn persoonlijke ervaringen kan ik ook niets universeels distilleren. Wat is dus het Bijbelse idee van de liefde?Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

We bespreken in deze aflevering de verschillende Bijbelteksten die over de staat handelen. Henoch is de stad die Kaïn gesticht heeft. Onder Jozua blijkt Gods bedoeling te zijn, dat de menselijke samenleving bestaat als een netwerk van dorpse gemeenschappen, onder het gezag van de God als Koning. Vanwege de innerlijke verwarring in Israel en de externe dreiging van filistijnen en Amalekieten etc. komt onder David de eerste "Joodse" staat tot stand. God gebruikt dit Koningschap om Zijn volk door het gevaar te loodsen. Maar dit "experiment" mislukt. Israël gaat in ballingschap en Jeruzalem wordt verwoest. Toch blijft Jeruzalem de plaats waarvanuit Gods Torah de wereld van de volkeren zal bereiken. In het NT vinden we in Mat. 5 de gedachte dat de gemeente van Christus geroepen is om een voorafschaduwing te zijn van het vernieuwde Jeruzalem, door Gods licht te verspreiden als de "stad op de berg." De gemeente van Christus en individuele gelovigen moeten innerlijk afstand nemen van wat de staat als geheel kenmerkt.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Hoe wordt in het Nieuwe Testament de relatie tussen de discipoelen van Jezus en het Rabbijnse Jodendom en Israel beschouwd? Om te beginnen: hoe maakt Mattheus dat duidelijk in het geslachtsregister waarmee zijn evangelie het verhaal van Jezus de Koning inleidt?Hoe wordt in het Nieuwe Testament de relatie tussen de discipelen van Jezus en het Rabbijnse Jodendom en Israel beschouwd? Om te beginnen: hoe maakt Mattheus dat duidelijk in het geslachtsregister waarmee zijn evangelie het verhaal van Jezus de Koning inleidt? De bedoeling van die geslachtsregisters is meestal om een held te eren, een grote menselijke figuur. Dit doen ze niet alleen door te vertellen wat deze helden allemaal gedaan en gewild hebben, maar ook door legitimiteit te geven aan wie ze zijn en wat ze gedaan hebben, door het verleden erbij te betrekken. Het is een beetje alsof je aan iemand die je net hebt ontmoet vraagt wie zijn ouders en grootouders waren. Meestal stopt het daar bij ons, we praten niet vaak over overgrootouders enzovoort.Het verhaal over Jezus dat Matthäus gaat vertellen, moet dus beginnen met zo'n genealogie, zo'n geslachtsregister. Het gaat erom waar deze Jezus vandaan komt; dat geeft legitimiteit aan zijn bestaan. Dit zie je ook in de Romeinse literatuur, zoals in het heldenverhaal over Aeneas, dat ook een geslachtsregister bevat. Bij de troonsbestijging van de Romeinse keizer werd ook verteld waar hij vandaan kwam, met twee elementen: het noemen van zijn voorgeslacht en de bijzondere omstandigheden van zijn geboorte.Bij Matthäus begint dit vanaf vers 18 en loopt door tot hoofdstuk 4 vers 11. Dit omvat ook de verzoeking in de woestijn en alles wat hij vertelt over Johannes de Doper. Dit hoort allemaal bij de introductie van Jezus, vanaf zijn voorgeslacht tot en met zijn voorbereiding voor zijn dienst, die in hoofdstuk 4 vers 12 begint met de proclamatie van het koninkrijk. Degene die dat koninkrijk gaat verkondigen, wie is dat dan?Matthäus doet dit door een kunstig opgezet geslachtsregister te geven, duidelijk verdeeld in drie delen. Eerst hebben we het patriarchaat: Abraham, zoon van David, zoon van Abraham; dan van Abraham naar Isaac, Jacob, Juda, Tamer, Peres, Hezeron enzovoort. Zo gaan we richting David; bij David begint natuurlijk het gedeelte over het koningschap. Een belangrijke breuk in de geschiedenis van Israël is de ballingschap. In vers 11 vinden we: Jozef verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de wegvoering naar Babel. Na de wegvoering naar Babel verwekte Jechonja etc. Dus weer een zevental.De opzet is duidelijk: het geslachtsregister is vooral een soort samenvatting van de geschiedenis van Israël. Jezus, de Christus, geboren uit Maria in vers 16, is voortgebracht door de geschiedenis van Israël. Jezus is de erfgenaam van alles wat God met Israël heeft willen doen en dat maakt hem tot de perfecte koning. Hij komt voort uit Abram die geroepen is uit Ur der Chaldeeën en tot zegen zou zijn voor alle volkeren.Die volkeren zijn in dat geslachtsregister ook duidelijk aanwezig. Tamar kan een Aramese of Kanaanietische zijn (Genesis 38), Rachab is duidelijk een Kanaanietische (Richteren 2-6), Ruth is een Moabitische, en Bathseba was getrouwd met Uria, een Hethiet (2 Samuël 11). Deze vrouwen suggereren dat niet-Joden een plaats hebben in de voorgeschiedenis van de koning van Israël en daarmee ook in de gemeenschap die hij stichtte. De zonden die hier aan bod komen, worden niet als heel belangrijk gezien.Wat wel belangrijk is, is dat er een connectie is ontstaan tussen deze mensen en de geschiedenis van Israël zoals God die bedoeld heeft. God heeft niet-Joden al verwerkt in deze geschiedenis vanwege Abraham's zegen dat alle geslachten van de aarde gezegend zouden worden door hem.Er wordt vaak gedacht dat na Israël een nieuwe gemeenschap ontstaat waarin Joods-zijn geen rol meer speelt. Maar dit idee moeten we laten varen; volgens Matthäus blijft Israël belangrijk.Het schema draait om het getal veertien: dalet (4), waw (6), dalet (4) vormen samen veertien in gematria (getallensymboliek). Veertien staat voor compleetheid of zelfs meer dan compleetheid. Om dit aantal te bereiken slaat Matthäus enkele koningen over: Achazja, Joas, Amazia, Jehoahaz en Jojakim worden niet genoemd.Er ontbreekt één naam na de ballingschap want er worden er maar 13 genoemd; sommigen denken dat dit Christus zelf of zijn terugkeer suggereert. Samenvattend geeft dit geslachtsregister legitimiteit aan Jezus' bestaan als koning door hem te verbinden met zowel Joodse als niet-Joodse voorouders binnen Gods plan voor Israël en alle volkeren.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Negende en laatste deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Achtste deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Zevende deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Zesde deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Vijfde deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Vierde deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Zie voor de volledige tekst:https://koinoniabijbelstudie.nl/waarom-stierf-jezus/Jezus' dood werd niet gezien als een offer dat de offercultus overbodig maakte. Zijn dood werd waarschijnlijk veroorzaakt door een felle priesterlijke reactie op een bedreiging voor hun macht. De hogepriesters waren de belangrijkste aanstichters, en de primaire kwestie was de Tempel en Jezus' uitdaging daaraan. Jezus onderwees over het koninkrijk en werd terechtgesteld als would-be koning. Zijn discipelen verwachtten dat hij na zijn dood zou terugkeren om het koninkrijk te vestigen. De intocht symboliseerde het komende koninkrijk en Jezus' rol daarin. Judas verraadde Jezus' pretentie als koning aan de overpriesters, wat leidde tot zijn executie door Pilatus op aandringen van het Joodse leiderschap. De onmiddellijke aanleiding voor Jezus' dood was de tempelreiniging, die de leiders van het Jodendom overtuigde dat hij niet nog meer problemen mocht veroorzaken.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

waarom-het-christendom-te-grieks-is-gewordenIk bespreek de relatie tussen Jodendom en Christendom, waarbij het Christendom wordt gezien als een variant van het Jodendom. Het Christendom heeft veel Joodse denkpatronen overgenomen, zoals het idee van de messias en monotheïsme, maar heeft deze vermengd met Hellenistische (Griekse) ideeën. Dit zorgde ervoor dat het Christendom zich makkelijker verspreidde, terwijl het Jodendom zich meer naar binnen keerde om vreemde invloeden af te weren.Het Jodendom en Christendom hebben beide een goddelijke opdracht om de wereld te zegenen, zoals Abraham dat deed. Het Jodendom wordt gezien als een volk van getuigen, terwijl het Christendom een zendingsvolk is. Beide hebben hun eigen rol in de wereldverlossing.Het Jodendom kan het Christendom helpen door te getuigen dat de wereld nog verlossing nodig heeft, terwijl het Christendom aspecten van Joods denken nodig heeft om zich te bevrijden van Hellenistische invloeden. Het Jodendom heeft het Christendom niet nodig, maar draagt bij aan de wereldverlossing door een universele moraliteit te onderwijzen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Tweede deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Derde deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Talks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Eerste deel van 9 uitzendingen met de vertaling van een gedeelte uit "A Rabbi Ta;lks with Jesus" van Jacob Neusner.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Een heel belangrijk uitgangspunt voor onze theologische beschouwingen wordt door Kuitert besproken in zijn boek "Jezus, nalatenschap van het christendom." Dat vind je in hoofdstuk 10, "Christologie en de religie van Christus," in de eerste paragraaf: "over de joodse context." Een vast en ferm uitgangspunt is dat Jezus een jood uit de eerste eeuw was. Drie zaken kunnen daarmee worden verbonden. 1. Jezus dacht als een Jood2. Het Christendom berust op de historische Jezus3. De Joodse context is niet de dogmatische christologieHet komt erop aan nauwkeurig te bepalen wat die joodse matrix inhoudt om vast te stellen wat dan eigenlijk toch betekenis kan hebben voor wie binnen die matrix staat. Zoals mij aangereikt door een vriend uit Israël: zonder een nieuwe wending blijft de betekenis van Jezus beperkt tot een onderdeel van de Joodse geschiedenis zonder breuk met de traditie."We hebben dan Jezus ook niet nodig, gezien de enorme veelheid van grote Joodse geleerden uit diezelfde tijd."Ik kies voor eerste visie: een tragische Joodse held wordt de kern van een eschatologische gemeenschap, die geinspireerd wordt door het idee van het komende koninkrijk ter hemelen – niet de Jezus van de dogmatiek moet centraal staan, maar zijn heldhaftige poging een goddelijke interventie uit te lokken door de voetstappen van de Messias te volgen; dat vormt de kern van het latere christendom. Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Preek in de grote Kerk in Schagen op 18 augustus 2024. Het thema was het belang vn de Torah, want daaruit leren we wat gerechtigheid is. Jezus heeft die Torah niet afgeschaft, maar juist willen doorzetten, versterken of zelfs anscherpen.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Stelling 1: De Bijbel getuigt doorlopend over Jezus Christus als de tweede persoon in de Godheid. Dit wordt bevestigd in Openbaring 19:10.Antwoord 1: Hoewel de Bijbel veel over Jezus spreekt, lijkt het erop dat de Schrift eerder wijst op een andere interpretatie dan het dogma van de goddelijkheid van Jezus.Stelling 2: De Bijbel beschrijft zowel de goddelijkheid als de menselijkheid van Christus, wat door de vroege kerk werd verdedigd.Antwoord 2: Deze opvatting is later in de kerk ontwikkeld en is volgens mij geen Bijbelse beschrijving van Jezus.Stelling 3: De Bijbel maakt onderscheid tussen de personen in de Godheid (Vader, Zoon, Heilige Geest) met unieke activiteiten.Antwoord 3: Ik geloof dat de Bijbel onderscheid maakt tussen Vader en Zoon, en dat de Heilige Geest wordt gezien als een uiting van God zelf.Stelling 4: De eenheid en meervoudigheid van de Godheid kunnen niet worden ontkend zonder de Bijbel te ontkennen.Antwoord 4: Ik denk dat de Bijbel niet als een studieboek moet worden gelezen om een dogma te ondersteunen.Stelling 5: Johannes beschrijft de tweede persoon in de Godheid als "met God", wat een aparte identiteit aangeeft.Antwoord 5: Ik betwijfel waarom het Woord van God zonder meer wordt geïdentificeerd met de Zoon van God (in trinitarische zin).Stelling 6: De onderwerping van de Zoon aan de Vader in het verlossingsplan toont onderscheid in identiteit.Antwoord 6: Ik vind het moeilijk om Jezus als tweede persoon in de Godheid te zien vanwege deze onderwerping.Stelling 7: De doopformule toont de gelijktijdige aanwezigheid van de drie personen van de Triniteit.Antwoord 7: De doopformule kan worden gezien als een uitdrukking van de economische Triniteit.Stelling 8: De goddelijke personen communiceren en getuigen van elkaar.Antwoord 8: Ik zie eerder dat deze communicatie vaak het menszijn van Jezus tegenover de godheid benadrukt.Conclusie: Ik concludeer dat de argumentatie voor de Triniteit op basis van Bijbelse teksten onvoldoende is en dat de Triniteit een heidens leerstuk is dat aan revisie toe is.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

De wonderen van Jezus moeten, net als alle verhalen uit de eerste eeuw, begrepen worden binnen de context van de Grieks-Romeinse wereld, de enige wereld die de auteur en zijn publiek kenden. Om deze verhalen op een verantwoorde manier te evalueren en uit te leggen, moeten we voortdurend verwijzen naar die cultuur, haar waarden, aannames en populaire symbolen.Twee sleutelelementen in de wonderen van Jezus zijn het machtsvertoon en de specifieke interacties tussen Jezus en de mensen die hulp zoeken. Deze elementen benadrukken het belang van zijn macht en onthullen zijn karakter.De god die het meest bekend stond om zijn genezingen was Asclepius (door de Romeinen Asculapius genoemd). Hij werd geboren uit een menselijke moeder, Coronis, die zwanger was gemaakt door Apollo. Asclepius was dus de zoon van een god. Tegen de eerste eeuw was zijn verering zo wijdverspreid dat zijn standbeeld in de tempel van Apollo werd geplaatst.Als pasgeborene werd Asclepius door zijn vader van de dood gered en opgevoed door de genezer Chiron, die hem al zijn vaardigheden leerde. Asclepius overtrof Chiron al snel, en zijn krachten waren zo groot dat hij mensen uit de dood zou kunnen doen herrijzen. Hij betaalde dit echter met zijn leven omdat Hades bij Zeus klaagde dat Asclepius' acties de bevolking van de onderwereld verminderde. Zeus beval daarop de Cycloop om een bliksemschicht te maken om Asclepius te doden.Desondanks werd Asclepius een godheid die overal bekend was, zoals Apuleius opmerkte. Zijn wonderbaarlijke krachten werden toegeschreven aan het feit dat hij de zoon was van Apollo, de god van de gezondheid. Asclepius' populariteit kwam echter ook voort uit zijn grote menselijkheid, zijn medelevende zorg voor leven en gezondheid voor iedereen, ongeacht sociale status, en de afwezigheid van egoïstische mythen over hem. Hij diende geen troon, beschikte niet over een leger en maakte geen deel uit van een koninklijke familie. Asclepius werd dus gezien als een internationale redder-dokter godheid.Tegen deze achtergrond hebben juist de Grieken en Romeinen de wonderverhalen begrepen die aan Jezus werden toegeschreven. Dat betekent dat zij, anders dan de Joden van die tijd, de wonderen als direct bewijs van Jezus goddelijke herkomst hebben gezien. Dat was immers conform het patroon dat zij allemaal kenden en waar ze mee waren opgegroeid. Dat maakte de weg vrij voor de latere vergoddelijking van Jezus.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Meditatie over Genesis 12:1-3 vanuit een zeer persoonlijk perspectief.Wat zou je moeten zeggen als Genesis 12 ook - niet in de eerste plaats, maar toch ook - gaat over ieders persoonlijk leven? Als we het zo zouden kunnen toepassen? Hoe ziet dan dit "ga uit jezelf" er dan eigenlijk uit? Waar moeten we dan afstand van nemen om onszelf te kunnen zijn?Een door E. Levinas geinspireerd preek gehouden in de Vermaning van Enkhuizen op 11 augustus 2024. Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Het gebeurde waarschijnlijk in 1968. Ik was toen twaalf jaar, of misschien in 1969, toen ik dertien was. Ik weet het niet precies meer. Maar ik sprak toen al vaak met meneer Karel Post in de bijbelkiosk. Ik noemde hem Broeder Post. Hij vertelde me verhalen uit het Nieuwe Testament en sprak over de grootsheid van Jezus Christus, de Heere Jezus, zoals hij altijd zei. En ik was verkocht. Ik vond het prachtig en begreep dat ik mezelf moest bekeren.[...]Jezus bracht geen nieuwe godsdienst maar was een Torah-getrouwe jood met wellicht een messiaanse roeping. We hebben geen behoefte aan een mythische of dogmatische Jezus; we moeten opnieuw serieus kijken naar de historische Jezus en zijn joods-zijn serieus nemen. Maar wat houdt een dergelijk geloof dan in?Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Zie vooral: https://koinoniabijbelstudie.nl/wie-is-eigenlijk-vervloekt-paulus-misverstand-over-deuteronomium/De analyse die Paulus geeft van Deuteronomium 27 vers 26 is overduidelijk incorrect, want het gaat eigenlijk over de leiders van het volk en het gaat over het overeind houden van de Torah als de standaard. Het gaat in de Rabbijnse traditie om de personen die het onderwijs van de Torah ook afwijzen als het gaat over de offers als de noodzakelijke middelen van de verzoening van de zonde, van de onopzettelijke zonden, en van de bekering en het berouw als het middel voor de verzoening van de opzettelijke zonde.Paulus zit er dus gewoon naast.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

De volledige tekst:https://koinoniabijbelstudie.nl/kern-van-de-noachidische-geboden-verbod-op-afgoderij/Als we het erover eens kunnen zijn dat christenen gebonden zijn aan de zeven Noachidische geboden, dan moeten we die geboden toch eens wat nader bekijken. Waarom trouwens zijn christenen gebonden aan de Noachidische geboden? In de eerste plaats omdat christenen over het algemeen niet-Joden zijn en de Noachidische geboden gelden voor alle niet-Joden. Het zijn geboden voor de mensheid als geheel. Nog belangrijker: de Noachidische geboden zijn volgens het boek Handelingen door de apostelen nadrukkelijk aan alle gemeenten opgelegd. Dus zijn ze geadopteerd en daarmee denk ik ook de ontwikkeling van die Noachidische geboden binnen het Jodendom, wat we weer kunnen legitimeren met een beroep op Mattheüs 23. "De Farizeeën en de Schriftgeleerden zijn gezeten in de stoel van Mozes; alles wat zij u zeggen te doen, doet en onderhoudt dat."[...]Zo kun je proberen om dat verbod op afgoderij via Maimonides nog een enorme concreetheid mee te geven, zodat duidelijk wordt dat het niet alleen maar gaat om de innerlijke kant van de afgoderij, maar heel nadrukkelijk ook over externe handelingen omdat die een symboolwaarde hebben voor anderen, die je niet mag aanzetten tot afgoderij. Bovendien omdat je in die handelingen eigenlijk jezelf traint en je bewustzijn vormt. Daarom heeft de afgoderij zowel nadrukkelijk een uiterlijke kant als ook een innerlijke kant die daarmee rechtstreeks verbonden is.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Zie ook: https://koinoniabijbelstudie.nl/de-evangelien-als-propaganda-en-imaginatieve-herinnering/Het is belangrijk om te beseffen dat de evangeliën documenten zijn die ontworpen zijn voor verkondiging, dus theologisch geladen zijn en met het doel geschreven zijn om geloof te wekken. De Evangeliën zijn bovendien in een bepaalde context geplaatst, het is de interpretatie en toepassing van de herinnering aan Jezus voor lezers in de Grieks-Romeinse wereld.Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.