POPULARITY
Primair centraal zenuwstelsellymfoom (PCNSL) is een zeldzame maar agressieve aandoening waarbij een snelle en betrouwbare diagnose essentieel is. De huidige gouden standaard is een hersenbiopt, maar deze invasieve procedure gaat gepaard met risico's en kan leiden tot diagnostische vertraging.In deze Brainwave spreekt Stijn Kremer met Sjo van Rooij (AIOS neurologie, UMC Utrecht) over de recent gepubliceerde PRICELUS-studie in The Lancet Haematology. Centraal staat de vraag of biomarkers in het hersenvocht, waaronder MYD88, IL-10 en CXCL13, kunnen bijdragen aan een snellere en minder invasieve diagnostiek van PCNSL.Wat betekenen de resultaten voor de dagelijkse praktijk? Wanneer kunnen liquorbiomarkers voldoende zekerheid bieden? En is er een toekomst denkbaar waarin een deel van de patiënten geen hersenbiopt meer nodig heeft?Een praktische aflevering over de rol van liquorbiomarkers, diagnostische besluitvorming en de toekomst van PCNSL-diagnostiek. Artikel: https://www.thelancet.com/journals/lanhae/article/PIIS2352-3026(26)00098-0/abstract
Hoe goed is de Nederlandse zorg voorbereid op oorlog, cyberaanvallen of andere grote crises? In deel 2 van de vierdelige serie ‘zorg in tijden van crisis’ onderzoekt BNR Beter welke medische kennis nodig is om de zorg draaiende te houden als de samenleving ontwricht raakt. Want oorlogszorg vraagt om andere vaardigheden, andere systemen en een andere mentale voorbereiding dan de reguliere zorg. In deze aflevering van BNR Beter spreekt Nina van den Dungen met drie experts die dagelijks bezig zijn met medische weerbaarheid in crisissituaties. Te gast zijn Edith Willigendael, vaatchirurg en Kolonel-arts bij Defensie, Ruud Wong Chung, fysiotherapeut en onderwijskundig onderzoeker, en Fieke Bruggeman-Everts, sociaal wetenschapper en beleidsadviseur bij ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Edith Willigendael vertelt hoe moderne oorlogsvoering de medische zorg fundamenteel verandert. Door drones ontstaan andere soorten verwondingen dan in eerdere conflicten, terwijl mobiele ziekenhuizen en medici zelf steeds vaker doelwit zijn geworden. Ze beschrijft hoe Oekraïne noodgedwongen werkt met kleine, ondergrondse zorgposten dicht bij het front, en waarom Nederland lessen moet trekken uit landen als Oekraïne en Polen als het gaat om cyberveiligheid, logistiek en paraatheid. Ruud Wong Chung vertelt over het internationale project Netherlands for Superhumans, waarbij Oekraïense multidisciplinaire revalidatieteams zes weken lang in Nederland worden opgeleid. Dat project is onderdeel van een bredere Nederlands-Oekraïense samenwerking om de revalidatiezorg in Oekraïne op te schalen voor oorlogsslachtoffers met amputaties, hersenletsel en zwaar trauma. Nederlandse experts uit onder meer De Hoogstraat, UMC Utrecht en ARQ trainen honderden Oekraïense zorgverleners. Tegelijkertijd leren Nederlandse medici juist van de flexibiliteit en creativiteit waarmee Oekraïense ziekenhuizen onder extreme druk moeten functioneren. Het Project Netherlands for Superhumans wordt gefinancierd door RVO, binnen het Ukraine Partnership Facility (UPF). Betrokken partners zijn Stichting “Netherlands for Ukraine Foundation” (NL4UA), Stichting “Healthcare4Ukraine” en Charitable Fund “Superhumans”. Fieke Bruggeman-Everts legt uit waarom mentale weerbaarheid minstens zo belangrijk is als medische kennis. Op basis van de coronacrisis ontwikkelde ARQ samen met de zorgsector een landelijke richtlijn voor psychosociale ondersteuning van zorgprofessionals. Daarin staan aanbevelingen over peer support, teamcultuur en stressbegeleiding voor mensen in hoog-risicoberoepen zoals zorg, defensie en ambulancezorg. Volgens Bruggeman-Everts begint goede crisiszorg bij een veilige werkomgeving waarin collega’s elkaar ondersteunen en problemen vroegtijdig bespreekbaar zijn. Over deze podcast BNR Beter is het wekelijkse programma van BNR Nieuwsradio over een toekomstbestendige zorgsector. Elke week bespreekt presentator Nina van den Dungen met zorgprofessionals, ondernemers en beleidsmakers hoe de Nederlandse zorg met technologie, innovatie, regelgeving en wetenschap beter kan worden. BNR Beter is elke maandag om 15:30 op de radio te beluisteren bij BNR Nieuwsradio, en vanaf dat moment ook als podcast via deze feed. Over de makers Nina van den Dungen (1987) is freelance journalist en als radio- en podcastpresentator al ruim 15 jaar verbonden aan BNR. Zo is ze regelmatig te horen als presentator van de nieuwsprogramma's in de ochtend- en avondspits en daarnaast presenteert ze wekelijks de beleggingspodcast Doorgelicht en BNR Beter over de zorgsector. Stijn Goossens (1996) is de redacteur van BNR Beter en plaatsvervangend presentator. Bij BNR houdt Stijn zich bezig met onderwerpen over tech, wetenschap en innovatie. Hij presenteert ook de podcast Op de zaak en test elke vrijdag een nieuw techproduct in de Ochtendspits op BNR. Hiervoor was Stijn werkzaam voor NTR Wetenschap en techplatform Bright.See omnystudio.com/listener for privacy information.
In deze podcast kunt u luisteren naar het gesprek van internist-oncoloog Koos van der Hoeven en internist-oncoloog Jeanine Roodhart werkzaam in het UMC Utrecht. Aan bod komen de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van colorectale tumoren gepresenteerd tijdens de 2026 ASCO Annual Meeting.
In deze aflevering spreekt Piek Knijff met Firdaus Mohamed Hoesein, radioloog en onderzoeker aan UMC Utrecht. Het gesprek gaat over de toekomst van AI in de radiologie, optimisme, wat we accepteren van machines, het belang van context en intuïtie om iets te begrijpen, en empathie als menselijke eigenschap. Julie Vegter (Culturele Confetti) schuift aan als sidekick. In deze aflevering komen de volgende zaken, namen en gebeurtenissen voorbij:MedTechMRI, CT en PET-CTUMC Utrecht Geoffrey Hinton AI binnen radiologieDetectie van longziektesEU AI ActHuman in the loopBlack BoxZelfrijdende auto'sLiberalismeKansenongelijkheidTaal(voorspel)modellen (ChatGPT, Gemini)Burnouts onder artsenWill SmithConverse All StarsRobotsElon MuskAntropomorfisering De drie wetten van AsimovJuridische aansprakelijkheidUitlegbaarheidTrustworthy AI Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC)Hans JonasTechsolutionismeDeze boeken:Dromen van mijn vader – Barack Obama (2004)I, Robot – Isaac Asimov (1950)Films:I, Robot (2004) Dit gesprek is opgenomen op 7 april 2026. Host: Piek KnijffStudio en montage: De PodcastersTune: Uma van WingerdenArtwork: Hans Bastmeijer – Servion StudioWil je nog ergens over napraten? Dat kan! Neem contact op via info@filosofieinactie.nl. Meer informatie over Piek & Filosofie in actie, zie www.filosofieinactie.nl
De Nacht van NTR Weteschap - Bij een psychose denken veel mensen meteen aan het volledig verliezen van grip op de werkelijkheid. Maar volgens filosoof en interdisciplinair wetenschapper Linde van Schuppen ligt het veel ingewikkelder. En de vraag die ten grondslag aan haar onderzoek lag, was: proberen we die werkelijkheid wel echt te begrijpen? Tijdens haar promotieonderzoek sprak ze meer dan vijftig mensen die een psychose hadden meegemaakt. Niet vanuit een laboratorium of achter een computer, maar bij mensen thuis. Daar hoorde ze verhalen die moeilijk in een standaard medische definitie passen. Mensen nemen dingen waar die voor anderen niet bestaan, of geven betekenis aan woorden en gebeurtenissen die niemand anders ziet. Ze onderzocht daarbij specifiek welk perspectief zij innamen in het navertellen van hun ervaringen. In tegenstelling tot wat in veel theorieën wordt gedacht, ontdekte zij dat mensen hun psychose wel degelijk vanuit andere perspectieven dan alleen die van henzelf konden navertellen. Een psychose heeft volgens Van Schuppen niet één duidelijke oorzaak. Het kan samenhangen met trauma, slecht slapen, stress of het verliezen van contact met de buitenwereld. Wanneer verschillende factoren uit balans raken, kan iemand psychotische ervaringen krijgen. Juist dat maakt het zo moeilijk te begrijpen waar een psychose begint. Te gast in de Nacht van NTR wetenschap is filosoof en interdisciplinair wetenschapper aan de Radboud Universiteit en het UMC Utrecht , Linde van Schuppen. Ze werkte mee als researcher voor de documentaire The Desert of the Real van regisseur Luuk Bouwman, waarin mensen met een psychose hun ervaringen delen. Samen met presentator Syb Faes luistert Linde naar fragmenten uit de documentaire om het gesprek over psychoses te openen.
De MRI-scanner bestaat ruim vijftig jaar, maar heeft nog altijd een fundamenteel probleem: je moet stil liggen in een nauwe buis, terwijl veel ziekten te maken hebben met beweging. Knieproblemen, hartaandoeningen, spierziekten en verteringsziekten zijn allemaal gerelateerd aan houding en inspanning, niet aan de horizontale rustpositie. Toch baseert de diagnostiek zich nog altijd op precies dat statische beeld. Dat gaat veranderen, met twee afzonderlijke projecten die elk 20 miljoen euro aan NWO-subsidie ontvingen. In deze aflevering van BNR Beter bespreekt Nina van den Dungen twee innovaties die medische beeldvorming ingrijpend kunnen veranderen. Te gast zijn Nico van den Berg, hoogleraar Computational Imaging aan het UMC Utrecht en projectleider van het BioMotive-consortium, en Monique Bernsen, hoofd operations van de AMIE Core Facility bij het Erasmus MC in Rotterdam. Van den Berg werkt aan de eerste walk-in MRI ter wereld: een cilindervormige scanner met een tunnelopening van bijna twee meter, waarin onderzoekers het menselijk lichaam kunnen scannen tijdens lopen, fietsen, roeien of een inspanningstest op de loopband. De machine wordt gebouwd in Utrecht en moet rond 2030 beschikbaar komen voor wetenschappelijk onderzoek. Eerder, al volgend jaar, wordt op de Universiteit Twente een open 0,5 Tesla MRI geplaatst waar mensen rechtop kunnen staan, als tussenstap richting die volwaardige bewegende scanner. Beide faciliteiten zijn gefinancierd via de Nederlandse Wetenschappelijke Organisatie en bedoeld als nationale onderzoeksinfrastructuur, niet als reguliere diagnostiek voor patiënten. Bernsen werkt aan een andere uitdaging: het samenvoegen van MRI en echografie in één apparaat. Beide technieken meten andere eigenschappen van weefsel, en juist die combinatie op hetzelfde moment levert informatie op die nu niet bestaat. Bijzonder interessant voor kankeronderzoek, waarbij onderzoekers stap voor stap willen volgen hoe een geneesmiddel bij een tumor aankomt, door de vaatwand trekt en door de cel wordt opgenomen. Haar project, onderdeel van het AMICE-consortium, loopt tien jaar en richt zich op ziekten van de hersenen, het hart en oncologie. Een bijkomend doel is het beperken van het gebruik van proefdieren door virtuele basismodellen van ratten en muizen beschikbaar te maken voor de gehele onderzoeksgemeenschap. Beide gasten bespreken ook wanneer de inzichten uit dit fundamentele wetenschappelijke onderzoek kunnen doorstromen naar de reguliere klinische praktijk, en welke ziektebeelden zij als eerste willen onderzoeken zodra hun apparaten operationeel zijn. Over deze podcast BNR Beter is het wekelijkse programma van BNR Nieuwsradio over een toekomstbestendige zorgsector. Elke week bespreekt presentator Nina van den Dungen met zorgprofessionals, ondernemers en beleidsmakers hoe de Nederlandse zorg met technologie, innovatie, regelgeving en wetenschap beter kan worden. BNR Beter is elke maandag om 15:30 op de radio te beluisteren bij BNR Nieuwsradio, en vanaf dat moment ook als podcast via deze feed. Over de makers Nina van den Dungen (1987) is freelance journalist en als radio- en podcastpresentator al ruim 15 jaar verbonden aan BNR. Zo is ze regelmatig te horen als presentator van de nieuwsprogramma's in de ochtend- en avondspits en daarnaast presenteert ze wekelijks de beleggingspodcast Doorgelicht en BNR Beter over de zorgsector. Stijn Goossens (1996) is de redacteur van BNR Beter en plaatsvervangend presentator. Bij BNR houdt Stijn zich bezig met onderwerpen over tech, wetenschap en innovatie. Hij presenteert ook de podcast Op de zaak en test elke vrijdag een nieuw techproduct in de Ochtendspits op BNR. Hiervoor was Stijn werkzaam voor NTR Wetenschap en techplatform Bright.See omnystudio.com/listener for privacy information.
De MRI-scanner bestaat ruim vijftig jaar, maar heeft nog altijd een fundamenteel probleem: je moet stil liggen in een nauwe buis, terwijl veel ziekten te maken hebben met beweging. Knieproblemen, hartaandoeningen, spierziekten en verteringsziekten zijn allemaal gerelateerd aan houding en inspanning, niet aan de horizontale rustpositie. Toch baseert de diagnostiek zich nog altijd op precies dat statische beeld. Dat gaat veranderen, met twee afzonderlijke projecten die elk 20 miljoen euro aan NWO-subsidie ontvingen. In deze aflevering van BNR Beter bespreekt Nina van den Dungen twee innovaties die medische beeldvorming ingrijpend kunnen veranderen. Te gast zijn Nico van den Berg, hoogleraar Computational Imaging aan het UMC Utrecht en projectleider van het BioMotive-consortium, en Monique Bernsen, hoofd operations van de AMIE Core Facility bij het Erasmus MC in Rotterdam. Van den Berg werkt aan de eerste walk-in MRI ter wereld: een cilindervormige scanner met een tunnelopening van bijna twee meter, waarin onderzoekers het menselijk lichaam kunnen scannen tijdens lopen, fietsen, roeien of een inspanningstest op de loopband. De machine wordt gebouwd in Utrecht en moet rond 2030 beschikbaar komen voor wetenschappelijk onderzoek. Eerder, al volgend jaar, wordt op de Universiteit Twente een open 0,5 Tesla MRI geplaatst waar mensen rechtop kunnen staan, als tussenstap richting die volwaardige bewegende scanner. Beide faciliteiten zijn gefinancierd via de Nederlandse Wetenschappelijke Organisatie en bedoeld als nationale onderzoeksinfrastructuur, niet als reguliere diagnostiek voor patiënten. Bernsen werkt aan een andere uitdaging: het samenvoegen van MRI en echografie in één apparaat. Beide technieken meten andere eigenschappen van weefsel, en juist die combinatie op hetzelfde moment levert informatie op die nu niet bestaat. Bijzonder interessant voor kankeronderzoek, waarbij onderzoekers stap voor stap willen volgen hoe een geneesmiddel bij een tumor aankomt, door de vaatwand trekt en door de cel wordt opgenomen. Haar project, onderdeel van het AMICE-consortium, loopt tien jaar en richt zich op ziekten van de hersenen, het hart en oncologie. Een bijkomend doel is het beperken van het gebruik van proefdieren door virtuele basismodellen van ratten en muizen beschikbaar te maken voor de gehele onderzoeksgemeenschap. Beide gasten bespreken ook wanneer de inzichten uit dit fundamentele wetenschappelijke onderzoek kunnen doorstromen naar de reguliere klinische praktijk, en welke ziektebeelden zij als eerste willen onderzoeken zodra hun apparaten operationeel zijn. Over deze podcast BNR Beter is het wekelijkse programma van BNR Nieuwsradio over een toekomstbestendige zorgsector. Elke week bespreekt presentator Nina van den Dungen met zorgprofessionals, ondernemers en beleidsmakers hoe de Nederlandse zorg met technologie, innovatie, regelgeving en wetenschap beter kan worden. BNR Beter is elke maandag om 15:30 op de radio te beluisteren bij BNR Nieuwsradio, en vanaf dat moment ook als podcast via deze feed. Over de makers Nina van den Dungen (1987) is freelance journalist en als radio- en podcastpresentator al ruim 15 jaar verbonden aan BNR. Zo is ze regelmatig te horen als presentator van de nieuwsprogramma's in de ochtend- en avondspits en daarnaast presenteert ze wekelijks de beleggingspodcast Doorgelicht en BNR Beter over de zorgsector. Stijn Goossens (1996) is de redacteur van BNR Beter en plaatsvervangend presentator. Bij BNR houdt Stijn zich bezig met onderwerpen over tech, wetenschap en innovatie. Hij presenteert ook de podcast Op de zaak en test elke vrijdag een nieuw techproduct in de Ochtendspits op BNR. Hiervoor was Stijn werkzaam voor NTR Wetenschap en techplatform Bright.
In deze nieuwe aflevering van de VCMS Podcast gaan we langs bij dr. Ghada Shahin, cardiothoracaal chirurg in het UMC Utrecht én PhD-kandidaat in het LUMC. Ze houdt zich bezig met hart- en longchirurgie, met een bijzondere focus op robotgeassisteerde longchirurgie.
Je bestelde pakketje is elk moment te volgen. De infuuspomp in het ziekenhuis? Vaak niet. Dat kost verpleegkundigen dagelijks 15 tot 60 minuten, terwijl ze zoeken naar de juiste apparatuur. Track and trace-technologie biedt een oplossing. Met digitale tags, barcodes en slimme software weet je op elk moment waar het medische hulpmiddel is dat je nodig hebt. Technologie die in de logistiek en transportsector al jaren gebruikt wordt, maar in de zorg nu pas het verschil lijkt te maken. In deze aflevering van BNR Beter spreekt Nina van den Dungen met Martijn de Vries, innovatiemanager Medische Technologie bij UMC Utrecht, en Martin de Jong, directeur van CoperniCare. Het UMC Utrecht ontwikkelde een eigen systeem waarmee dagelijks al ruim 5000 apparaten worden gevolgd, van infuuspompen tot ziekenhuisbedden. CoperniCare beheert de zorglogistiek van 26 Nederlandse zorginstellingen en ziet voorraadniveaus met 10 tot 15 procent dalen na invoering. In deze aflevering gaat het over hoe de technologie werkt, wat het oplevert en waarom ziekenhuisbestuurders track and trace nog te weinig als strategisch onderwerp zien. En de volgende stap: Robots die de fysieke logistiek overnemen en een ziekenhuis dat zichzelf leert voorspellen. Over BNR Beter BNR Beter is het wekelijkse programma van BNR Nieuwsradio over een toekomstbestendige zorgsector. Elke week bespreekt presentator Nina van den Dungen met zorgprofessionals, ondernemers en beleidsmakers hoe de Nederlandse zorg met technologie, innovatie, regelgeving en wetenschap beter kan worden. BNR Beter is elke maandag om 15:30 op de radio te beluisteren bij BNR Nieuwsradio, en vanaf dat moment ook als podcast via deze feed. See omnystudio.com/listener for privacy information.
Nederland moet zich voorbereiden op scenario’s waar we liever niet over nadenken: grootschalige stroomuitval, cyberaanvallen of zelfs oorlog. Wat betekent dat voor onze zorg? In deze aflevering van BNR Beter duiken we onder de grond, letterlijk, in het Calamiteitenhospitaal in Utrecht – het enige ziekenhuis ter wereld dat volledig is ingericht voor grote rampen en noodsituaties. Presentator Nina van den Dungen is te gast in het UMC Utrecht, waar het calamiteitenhospitaal binnen dertig minuten operationeel kan zijn en direct tweehonderd patiënten kan opvangen, van licht- tot zwaargewonden. Carina Hilders, bestuursvoorzitter van het UMC Utrecht en eindverantwoordelijk voor het noodziekenhuis, legt uit hoe ziekenhuizen zich voorbereiden op uitzonderlijke crisissituaties, welke scenario’s worden geoefend en hoe de samenwerking met Defensie en andere zorginstellingen is georganiseerd. Ook komen de kwetsbaarheden van het zorgsysteem aan bod. Wat gebeurt er als digitale dossiers uitvallen, communicatie wegvalt of de toestroom van slachtoffers groter is dan de beschikbare capaciteit? En hoe bereid je zorgprofessionals voor op het maken van moeilijke keuzes als reguliere zorg onder druk komt te staan? In het laatste deel van de uitzending krijgen we een unieke rondleiding door het calamiteitenhospitaal. Joris Prinssen, hoofd van het calamiteitenhospitaal, laat zien hoe de opvang van grote aantallen gewonden praktisch is ingericht. Van de ambulancehal en pettenruimte tot de crashrooms waar triage plaatsvindt, en van intensivecarecapaciteit tot logistiek en voorraden. Hij vertelt hoe het ziekenhuis razendsnel kan opschalen, wat er gebeurt bij een grootschalig incident of militaire gewonden, en waarom juist oefenen cruciaal is om in echte noodsituaties het hoofd koel te houden. Daarnaast schuift Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit, aan met een analyse van weinig bekende noodwetgeving die de overheid in extreme situaties vergaande bevoegdheden geeft, waaronder het verplicht inzetten van zorgverleners. Wat betekent dat juridisch en ethisch voor iedereen die in de zorg werkt? Binnen 30 minuten 200 patiënten: dit noodziekenhuis is klaar voor oorlog en rampenSee omnystudio.com/listener for privacy information.
In deze podcast bespreken Vivianne Tjan-Heijnen, Maastricht UMC+, en Sabine Linn, Antoni van Leeuwenhoek te Amsterdam en UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen op het gebied van HER2+ borstkanker die werden gepresenteerd tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2025.
In deze podcast u aangeboden door oncologie.nu bespreken Sabine Linn, Antoni van Leeuwenhoek te Amsterdam en UMC Utrecht, en Agnes Jager, Erasmus MC te Rotterdam, de laatste ontwikkelingen op het gebied van triple-negatieve borstkanker die werden gepresenteerd tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2025.
In deze podcast u aangeboden door oncologie.nu bespreken Sabine Linn, Antoni van Leeuwenhoek te Amsterdam en UMC Utrecht, en Agnes Jager, Erasmus MC te Rotterdam, de laatste ontwikkelingen op het gebied van triple-negatieve borstkanker die werden gepresenteerd tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2025.
In deze podcast bespreken Vivianne Tjan-Heijnen, Maastricht UMC+, en Sabine Linn, Antoni van Leeuwenhoek te Amsterdam en UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen op het gebied van HER2+ borstkanker die werden gepresenteerd tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2025.
Waarom gaat de één lekker op flitsende lampen op de maat van de muziek, terwijl de ander er een epileptische aanval van krijgt? Neuroloog Sandra van der Salm van UMC Utrecht wil ontrafelen wat stroboscopische licht precies met het brein doet. Want één op de twintig mensen krijgt ooit in zijn leven een epileptische aanval en mag daarna - uit voorzorg voor een mogelijke tweede - vaak niet meer naar de club.Maar dat wringt: de meeste mensen krijgen namelijk nooit een tweede aanval. Sandra en haar collega's willen die kans op herhaling beter kunnen inschatten. Daarom bouwden ze een pop-up disco op het Betweter Festival van de Universiteit Utrecht, waar ze voor het eerst meten hoe gezonde breinen reageren op lichtflitsen. Die nulmeting moet straks helpen bepalen wie écht risico loopt op een nieuwe aanval, en wie gewoon weer veilig kan dansen.See omnystudio.com/listener for privacy information.
In Nederland leven ruim 200.000 mensen met epilepsie, vaak met aanvallen die ’s nachts plaatsvinden zonder dat patiënten of ouders het merken. Die nachtelijke aanvallen kunnen gevaarlijk zijn en zijn bovendien lastig te documenteren, waardoor behandelaars vaak onvoldoende zicht hebben op het echte aanvalspatroon. Een speciale wearable moet daar meer inzicht in geven, maar het Zorginstituut lijkt niet voldoende overtuigd. Te gast zijn Jeroen van den Hout, CEO van het bedrijf achter de NightWatch, en Roland Thijs, neuroloog bij het LUMC en onderzoeksdirecteur bij SEIN. De NightWatch is ontwikkeld binnen een brede samenwerking tussen epilepsie-experts, ingenieurs en productontwikkelaars, en wordt inmiddels gebruikt door duizenden patiënten en zorginstellingen in meerdere landen. Presentatrice Nina van den Dungen spreekt met hen over hoe de wearable werkt: een armband die via hartslag- en bewegingsmetingen risico’s op tonisch-clonische aanvallen detecteert en direct alarm slaat in de thuissituatie. De verzamelde data blijkt niet alleen van waarde voor veiligheid, maar ook voor de behandeling van epilepsie. Veel patiënten onderschatten het aantal aanvallen, mede doordat de aanvallen het geheugen beïnvloeden. Thuismonitoring levert daardoor nauwkeurigere informatie op, wat helpt bij het aanpassen van medicatie of het beoordelen van zwaardere interventies zoals epilepsiechirurgie, diepe hersenstimulatie of nieuwe vormen van neuromodulatie. Toch stuit de technologie op uitdagingen. Zorginstituut Nederland wees vergoeding van de NightWatch recent opnieuw af, omdat er volgens het instituut onvoldoende direct bewijs is dat de wearable sterfte voorkomt. Wat betekent dat voor patiënten, en voor de opschaling van dit soort zorginnovatie? Verslaggever Stijn Goossens sprak met neuroloog Frans Leijten van UMC Utrecht over het gebruik van de NightWatch in het ziekenhuis. Volgens Leijten is het gebruik een uitkomst voor verplegers die 's nachts maar dun bezet zijn. Redactie: Stijn GoossensSee omnystudio.com/listener for privacy information.
Summary In this conversation, Dr. Nick van der Horst, a sports physiotherapist, discusses the significant impact of hamstring and groin injuries in football, emphasizing the importance of pelvic control in injury prevention and rehabilitation. He highlights the prevalence of these injuries, the role of eccentric strength training, and the need for comprehensive screening and assessment methods. Dr. van der Horst shares insights on how to modify pelvic posture and control during rehabilitation, providing practical advice for integrating these concepts into injury prevention programs. The discussion also covers the relationship between pelvic mechanics and performance optimization, making it clear that understanding these factors is crucial for effective rehabilitation and injury prevention in sports. Guest Dr. Nick van der Horst is a sports physiotherapist and rehabilitation specialist with deep expertise in football medicine. He's currently part of the medical staff at PSV Eindhoven's first team, where he focuses on on- and off-field rehab, return-to-play strategies, and injury prevention.Nick earned his PhD at UMC Utrecht with a thesis on preventing hamstring injuries in male soccer players. Over the years, he has worked with organizations like the KNVB and Go Ahead Eagles, and he's the founder and CEO of SoccerDoc, a platform dedicated to improving football medicine through research, education, and clinical care.His work centers on maximizing football performance by reducing injury burden and creating evidence-based, player-centered rehab and prevention programs. Timestamps 00:00:00 Intro and guest bio 00:01:00 How big are hamstring and groin injury problems (incidence and time loss)? 00:04:04 Clarifying the topic: SI joint issues vs pelvic position/control 00:04:42 Why are pelvic control and positioning key for hamstring and groin pain? 00:12:44 Sponsor: PhysioTutors Premium Membership 00:15:28 Screening and assessment: Go-to markers for pelvic posture/control issues 00:19:27 Do you need motion capture or other equipment to assess pelvic control? 00:22:17 How do you differentiate pelvic-mechanics-related hamstring issues from tissue-specific or neural problems? 00:27:12 Common lumbopelvic patterns in recurrent hamstring and groin injuries 00:25:38 Sponsor: WriteUpp Practice Management 00:37:54 Groin pain: Is pelvic posture/control a cause or a consequence? 00:41:50 How modifiable is pelvic posture and control? 00:44:51 Rehab progression: Early vs late stages when focusing on pelvic control 00:48:54 Do you use basic core/lumbopelvic exercises (bird dog, dead bug, pelvic tilts)? 00:52:13 Have improvements in pelvic control reduced hamstring/groin injuries in practice? 00:54:46 Sponsor: PhysioTutors Online Courses 00:56:13 Case experience: Moments that shifted perspective on pelvic role 01:03:08 Practical advice for integrating pelvic control into prevention/rehab in football 01:05:49 Where to find Dr. Nick van der Horst 01:06:29 Outro Bonus Material Download the referenced transcript including PubMed Links and a high-resolution infographic on this episode as part of your Physiotutors membership on the Physiotutors App. Download the Free App now Follow our Podcast on: Spotify | Apple Podcasts
In 2040 zijn er vier keer zoveel 100-jarigen in Nederland dan nu. Hoe blijven we fit en zelfstandig? In de korte serie 'De F√ormule' maak je kennis met wetenschappers die op zoek zijn naar de formule voor een gezond leven. In deze aflevering: In de eerste duizend dagen van je leven leggen miljoenen minibeestjes en bacteriën in je darmen het fundament voor je gezondheid: je microbioom. In deze aflevering vertelt Clara Belzer (Wageningen University & Research) hoe dat microbioom ontstaat en waarom het zo belangrijk is. We bezoeken ook Manon Benders op de vroeggeboorte-afdeling van het UMC Utrecht. Daar raken de darmen van te vroeg geboren kinderen flink verstoord. Hoe gaan artsen daarmee om? Dat hoor je in deze aflevering van De F√ormule. Deze serie is gemaakt door de Universiteit van Nederland met ondersteuning van het Institute for Preventive Health, een alliantie tussen Eindhoven University of Technology, Wageningen University & Research, Universiteit Utrecht en Universitair Medisch Centrum UtrechtSee omnystudio.com/listener for privacy information.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Jeanine Roodhart, werkzaam in UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van colorectale tumoren gepresenteerd tijdens het ESMO Congress 2025.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Jeanine Roodhart, werkzaam in UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van colorectale tumoren gepresenteerd tijdens het ESMO Congress 2025.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Karijn Suijkerbuijk, werkzaam in UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van het melanoom gepresenteerd tijdens het ESMO Congress 2025.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Karijn Suijkerbuijk, werkzaam in UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van het melanoom gepresenteerd tijdens het ESMO Congress 2025.
De Nacht van NTR Wetenschap - Met welke diagnoses loop jij rond? Misschien heb je autisme, schizofrenie, of een eetstoornis, om maar wat te noemen. Maar hoe zou je het vinden als je die diagnose nooit gekregen had? Wel labelen, niet labelen, op een spectrum labelen of gewoon alle labels labelen als onzinnig: het debat over de diagnostiek zit misschien wel in z'n hoogtijdagen. Ieder mens is uniek, maar ieder mens unieke zorg leveren kost bakken met geld. En ja: een autisme-diagnose biedt erkenning, maar misschien confronteert het je ook met stereotypes! De voor- en nadelen van een diagnose lijken wel eindeloos, en een punt achter de verhitte discussie is misschien nog wel verder weg dan dat. Volgens de gast van deze Nacht van NTR Wetenschap kan die punt er niet snel genoeg komen. Jim van Os is hoogleraar psychiatrie en Public Mental Health en tevens voorzitter van de Divisie Hersenen aan het UMC Utrecht. Hij kent het diagnoseboek (de DSM-5, waaraan hij zelf ook meewerkte) zowat uit zijn hoofd – maar besluit het desondanks niet te gebruiken. Waarom precies, dat legt hij uit aan presentator Syb Faes. En hij deelt ook een bijzondere ervaring met psychedelica die hij samen met zijn vrouw had...
Send us a textIn deze aflevering spreken we met Teus Kappen (UMC Utrecht) en Julian de Ruiter (Xebia) over hun gezamenlijke missie: de ontwikkeling van een data- en kennisplatform dat zorgprofessionals helpt betere beslissingen te nemen. Ze leggen uit waarom het combineren van patiëntdata met medische kennis essentieel is, hoe een kennisgraaf verbanden zichtbaar maakt en waarom de inzet van AI in de klinische praktijk vaak achterblijft.We verkennen hoe dit platform real-time inzichten mogelijk maakt, zorgprocessen efficiënter ondersteunt en zelfs complexe uitdagingen zoals diagnosevorming en ordermanagement kan vereenvoudigen. Een inspirerend gesprek over hoe data, kennis en technologie samenkomen om de zorg toekomstbestendig te maken.De Dataloog is de onafhankelijke Nederlandstalige podcast over data & kunstmatige intelligentie. Hier hoor je alles wat je moet weten over de zin en onzin van data, de nieuwste ontwikkelingen en echte verhalen uit de praktijk. Onze hosts houden het altijd begrijpelijk, maar schuwen de diepgang niet. Vind je De Dataloog leuk? Abonneer je op de podcast en laat een review achter.
Iva Bicanic is psycholoog. Daarnaast werkt ze als EMDR-therapeut, is ze het hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het UMC Utrecht en werkt ze als directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld (LCSG). Bicanic is gespecialiseerd in traumabehandeling van slachtoffers van seksueel misbruik. Eerder maakte ze de serie ‘De tranen van Tito', waarin ze door het land van haar ouders reist. In haar nieuwe serie ‘De bus naar Mostar' volgt Bicanic vier oud-handbalsters die begin jaren '90 uit Mostar vluchtten. 33 jaar later keren zij samen met Bicanic terug voor een emotionele reis langs herinneringen. Hun verhaal raakt aan thema's als oorlog, verlies en veerkracht. Femke van der Laan gaat met Iva Bicanic in gesprek. Triggerwarning: Deze uitzending gaat ook over seksueel geweld. Als je hierdoor geraakt wordt of ondersteuning nodig hebt, kun je altijd terecht bij het Centrum Seksueel Geweld op het gratis telefoonnummer 0800-0188. Dit nummer is 24/7 bereikbaar voor hulp, advies en ondersteuning.
Luister naar de De VVE Podcast. Een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor epidemiologie. Hierin voeren Dr. Bart Torensma, Dr. Marissa van Maaren en Dr. Sander van Kuijk tal van gesprekken met aansprekende wetenschappers over boeiende thema's in de wonderlijke wereld van de epidemiologie. Bedoeld als intellectuele verdieping en stapsteen in de VVE-ambitie om de epidemiologische gemeenschap verder met elkaar te verbinden. #9: In deze aflevering alles overExterne Validatie van Predictiemodellen in de Klinische PraktijkWat is de huidige stand van zaken rond de translatie van predictiemodellen van ontwikkeling naar klinische implementatie?Welke discrepantie observeren we tussen model performance in ontwikkelingsstudies versus real-world effectiveness?Waarom slagen veel modellen er niet in om hun vermogen om te discrimineren en hun calibration te behouden bij externe validatieen nog veel meerIn gesprek met Dr. Maarten van Smeden Medisch statisticus, universitair hoofddocent epidemiologische methoden en hoofd van het onderzoeksprogramma methodologie aan het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde van het UMC Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op de ontwikkeling en evaluatie van statistische en datawetenschappelijke methodologie, met een bijzondere focus op methodologie gerelateerd aan de ontwikkeling, validatie en implementatie van predictiemodellen.
De afgelopen jaren is het aantal diagnoses zoals ADHD enorm toegenomen. Op sociale media wemelt het van de filmpjes met zogenaamd handige lijstjes zodat je jezelf kan diagnosticeren. Een label kan opluchting geven – eindelijk een verklaring voor waar je al die tijd mee zat. Maar wat als je te maken krijgt met de schaduwkanten ervan? “Een label is per definitie te beperkt om menselijke gedrag in te delen.” In deze aflevering van Focus:
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Jeanine Roodhart, werkzaam in het UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van coloncarcinomen gepresenteerd tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Inge Baas, werkzaam in het UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van gynaecologische tumoren gepresenteerd tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Inge Baas, werkzaam in het UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van gynaecologische tumoren gepresenteerd tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
In deze podcast bespreekt Koos van der Hoeven met Jeanine Roodhart, werkzaam in het UMC Utrecht, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de behandeling van coloncarcinomen gepresenteerd tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
Dr Sabine Fuchs, Professor of Metabolic diseases and innovative therapies at the UMC Utrecht, and Dr Sean Froese, a Principal Investigator in the Metabolism Division at University Children's Hospital Zürich, join Rodrigo and Silvia to discuss new insights and some of their favourite papers on Methylmalonic Aciduria. Authors opinions are their own and do not represent their institutions. Papers discussed include: Integrated multi-omics reveals anaplerotic rewiring in methylmalonyl-CoA mutase deficiency Forny et al Aberrant methylmalonylation underlies methylmalonic acidemia and is attenuated by an engineered sirtuin. Head et al Lipodystrophy in methylmalonic acidemia associated with elevated FGF21 and abnormal methylmalonylation. Manoli et al Prime editing for functional repair in patient-derived disease models Schene et al Mutation-specific reporter for optimization and enrichment of prime editing Schene et al Biomarkers to predict disease progression and therapeutic response in isolated methylmalonic acidemia. Manoli et al Fibroblast growth factor 21 as a biomarker for long-term complications in organic acidemias. Molema et al
Bereid je voor op oorlog; dat is de luid en duidelijke oproep van Mark Rutte bij zijn aantreden als baas van de Navo. Dat geldt voor burgers, maar ook voor de zorg. Hoe goed is de Nederlandse zorg voorbereid op het uitbreken van een groot conflict? Zorgredacteur Michiel van der Geest nam een kijkje in het Westeinde-ziekenhuis in Den Haag en de voormalige atoombunker van het UMC Utrecht. Onze journalistiek steunen? Dat kan het beste met een (digitaal) abonnement op de Volkskrant, daarvoor ga je naar www.volkskrant.nl/podcastactie Presentatie: Esma LinnemannRedactie: Corinne van Duin, Lotte Grimbergen, Julia van Alem en Jasper VeenstraMontage: Rinkie BartelsSee omnystudio.com/listener for privacy information.
Een hersentumor herkennen binnen anderhalf uur, terwijl de patiënt nog op de operatietafel ligt? Tot voor kort duurde zo’n diagnose vaak weken, maar met de AI-tool Sturgeon kan dit nu razendsnel. Dat betekent dat chirurgen hun behandelplan direct kunnen aanpassen en mogelijk een tweede operatie kunnen voorkomen. In deze aflevering van BNR Beter spreekt Nina van den Dungen met Jeroen de Ridder, hoogleraar bioinformatica aan het UMC Utrecht en een van de ontwikkelaars van Sturgeon. Hij legt uit hoe deep learning het algoritme in staat stelt om snel en betrouwbaar een diagnose te stellen. Ook schuift Niek Maas aan, hij is klinisch patholoog bij het Erasmus MC en LUMC. Niek vertelt hoe AI zijn werk als patholoog verandert: een concurrent of juist een waardevolle assistent? Daarnaast gaat redacteur Stijn Goossens langs in het Prinses Máxima Centrum, waar neurochirurg Eelco Hoving uitlegt waarom deze technologie zo belangrijk is voor zijn werk als neuro-oncoloog, en hoe het impact heeft op de behandeling van kinderkanker. Ook laat Assistant Professor Carlo Vermeulen in het lab van het UMC Utrecht zien hoe Sturgeon precies te werk gaat. Redactie door Stijn GoossensSee omnystudio.com/listener for privacy information.
1 op de 12 vrouwen boven de vijftig jaar heeft dicht borstklierweefsel. Zij hebben een veel grotere kans op borstkanker, terwijl juist bij hen tumoren slechter zichtbaar zijn. Waarom weten zij dat zelf niet? Yael Norder doet, zoals vele vrouwen, sinds haar vijftigste mee aan het bevolkingsonderzoek. Haar borsten worden om de twee jaar gecontroleerd. Afgelopen zomer kreeg ze na haar derde onderzoek opnieuw te horen dat er niets aan de hand was. In de podcast vertelt ze hoe dat twee maanden later niet bleek te kloppen en ze de schrik van haar leven kreeg. NOS-redacteur Merel Stikkelorum vertelt hoe de druk op dit dossier de afgelopen tijd is opgevoerd en hoe het UMC Utrecht een nieuw onderzoek is begonnen om borstkanker eerder op te sporen bij vrouwen met dicht borstklierweefsel. Toch is er vooralsnog niets veranderd. Vrouwen krijgen na hun mammografie niet te horen of ze tot de risicogroep behoren en er wordt ook geen aanvullende MRI-scan aangeboden. 'In Amerika is het voor artsen al wel verplicht om te melden of vrouwen dicht borstklierweefsel hebben.' Reageren? Mail dedag@nos.nl Presentatie en montage: Elisabeth Steinz Redactie: Judith van de Hulsbeek
De zorg van de toekomst zal steeds meer bestaan uit kunstmatige intelligentie, waarbij computers onze gezondheid in de gaten houden en kunnen voorspellen wanneer we ziek worden. Maar daarbij rijst ook de vraag: hoe veilig is het om steeds meer over te laten aan AI? Weten artsen én patiënten wel precies waarmee ze werken en of het systeem goed getraind is? Dit bespreken we met Eva Deckers, hoofd van het AI-centrum van het Catharina ziekenhuis in Eindhoven en professor Carl Moons, directeur AI in de zorg, van het UMC Utrecht. Deze uitzending is opgenomen vanaf de 'AI in de zorg'-tentoonstelling in het Philips museum. See omnystudio.com/listener for privacy information.
Met de nieuwste draadloze sensoren kunnen we patiënten beter in de gaten houden. Het vraagt een compleet nieuwe werkwijze voor het verpleegkundigen, maar het is beter, goedkoper en tijdbesparend. Patiënten op de verpleegafdeling worden normaalgesproken drie keer per dag gecontroleerd op hun bloeddruk, temperatuur, hartfrequentie, saturatie. Eén keer per dienst van de verpleegkundige. Het risico is dat de patiënt in de tussentijd ongemerkt achteruitgaan of een wegzakker krijgt. Koeien-sensor Dat overkwam een familielid van tech-ondernemer Gerard Griffioen, en de man overleed op de verpleegafdeling van het ziekenhuis. Dat moet toch anders kunnen, dacht Griffioen. Toevallig had hij een sensor ontworpen voor koeien-houders die rustig 100 koeien tegelijkertijd meet. De boer kan zo in een oogopslag zien welke koe minder herkauwd en dus niet zo lekker gaat. Griffioen ontwikkelde zijn koeiensensor door tot het geschikt was voor mensen en inmiddels gebruiken meerdere ziekenhuizen deze oorsensor om de patiënten op verpleegafdelingen continu te monitoren. Medisch regiecentrum In het UMC Utrecht hebben ze ook een medisch regiecentrum, waar ze patiënten continu monitoren. Het zijn nu nog maar twee afdelingen, maar het breidt binnenkort uit. Deze manier van monitoren is wennen voor de verpleegkundigen, die ineens veel meer informatie hebben van hun patiënten. Maar het is wel veiliger en efficiënter, dan de drie puntsmetingen per etmaal. Martine Breteler doet al jaren onderzoek naar deze draadloze sensoren, die tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond schieten. Zij ze vertelt in deze uitzending dat een medisch certificaat alleen nog niet voldoende garantstelling is dat de metingen van de betreffende sensor ook de gewenste medische accuratie hebben. Het is dus opletten geblazen, als je met sensoren aan het werk gaat. See omnystudio.com/listener for privacy information.
Robots in de zorg, op papier lijkt dat een geweldige oplossing voor het personeelstekort. Want er kan al van alles: Van robotarmen die opereren, tot rijdende gevallen die medicijnen rondbrengen en mensen vermaken. In hoeverre maken we al optimaal gebruik van de mogelijkheden en wat komt er in de toekomst aan? Ik bespreek het met Maroeska Rovers, hoogleraar medische technologie en innovatie aan het Radboud UMC en wetenschappelijk directeur van TechMed centre van de Universiteit van Twente. Ze is gespecialiseerd in besluitvorming over robots in de zorg. In deze aflevering twee reportages. De eerste is de operatierobot Da Vinci uit het UMC Utrecht en de chirurg die daar veel mee werkt: Jelle Ruurda. En de andere is robot Tonny, de robot die gebruikt wordt in de geestelijke gezondheidszorg. Onder andere in ggz-Oost Brabant. En de psychiatrisch verpleegkundige Ton de Kleijn. See omnystudio.com/listener for privacy information.
Soms poppen infectieziekten die lang verdwenen leken ineens weer op. Denk aan mazelen of kinkhoest. Waar 'verstopten' die ziekten zich in de tussentijd? Lang werden dit soort zieksten onderdrukt doordat we ertegen gevaccineerd worden in Nederland. Maar nu er steeds minder mensen een prik halen, steken ze weer de kop op. Hoe komt dat?Lieke de Vrankrijker van het UMC Utrecht legt het uit. Zij is kinderarts gespecialiseerd in infectieziekten.Zie het privacybeleid op https://art19.com/privacy en de privacyverklaring van Californië op https://art19.com/privacy#do-not-sell-my-info.
Bottransplantaties vinden vaak plaats met patiënt-eigen botmateriaal. Maar uit onderzoek uitgevoerd door meerdere medische centra in Nederland blijkt nu dat - in ieder geval bij een specifieke ingreep in de rug - een nieuw afbreekbaar kunstmatig alternatief mogelijk nog beter werkt. Onderzoeker Hilde Stempels en chirurg Moyo Kruyt van het UMC Utrecht vertellen waarom een alternatief nodig was, wat er al was geprobeerd en wat ze tot hun eigen verrassing in dit nieuwe onderzoek hebben ontdekt.See omnystudio.com/listener for privacy information.
Ik heb het regelmatig over onderzoek waarin dierproeven zijn gebruikt. Daar ben ik me heel erg bewust van, want ik ben absoluut tegen dierenleed. De meeste onderzoekers zijn daar ook heus niet voor, maar soms lijkt het gewoon nog niet anders te kunnen. Dit jaar investeerde het Nationaal Groeifonds een flink bedrag in een nieuw Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie. Zou er dan nu echt wat meer vaart gemaakt kunnen worden? Ik ga erover in gesprek met Anne Kienhuis van het RIVM en Wouter Dhert, wetenschappelijk directeur Life Sciences bij de Universiteit Utrecht. Zij vertellen meer over het doel achter het centrum en hun eigen motivatie om hier nu stevig de schouders onder te zetten. In het lab laat Jeffrey Beekman van het UMC Utrecht zien wat er allemaal al - proefdiervrij - mogelijk is binnen zijn onderzoek naar taaislijmziekte.See omnystudio.com/listener for privacy information.
Zou jij liever door een robot of door een dokter geopereerd worden? Hoogleraar Maroeska Rovers, gespecialiseerd in robotica in de zorg, kiest vandaag de dag nog voor een chirurg, maar in de nabije toekomst gaat ze zéker voor de robot. 'Omdat de technologie zo snel gaat, en robots op termijn beter en preciezer gaan zijn.' Da Vinci Hoogleraar robotchirurgie Jelle Ruurda, van het UMC Utrecht, zweert bij de Da Vinci. Het is een console waar de chirurg achter gaat zitten, een paar meter of een paar kilometer van de operatietafel af. 'Ik kan met mijn back hand een hechting zetten. Met een kijkoperatie kan dan niet.' En een ander groot voordeel is dat de chirurg bij de Da Vinci operatierobot heel ontspannen kan zitten. Terwijl hij bij een kijkoperatie zich in bochten moet wringen om erbij te komen. Duur Toch is Rovers kritisch. Deze operatierobot levert nog geen betere uitkomsten dan een reguliere kijkoperatie - voor de patiënt. En dan wordt zo'n robot, á 1,6 miljoen per robot, wel een erg dure arbo-maatregel. Augmented Reality Al gaan operatierobots wel degelijk de zorg verbeteren, verwacht ook Rovers. Het biedt de mogelijkheid om augmented reality over de operatiebeelden heen te projecteren. 'Zo zie je altijd waar je bent', aldus Ruurda. Tonnie Naast operatierobots ziet Rovers nog veel meer robot-mogelijkheden. In de ggz gebruikt GGZ Oost Brabant robot Tonnie. Een robotje die helpt bij het herinneren aan afspraken, moppen tapt en die patiënten op hun signaleringplan wijst. 'Het is een verlengstuk van de begeleiding', legt verpleegkundige Ton de Kleijn uit. En toch denkt hij dat hij meer patiënten kan helpen in zijn dag, dankzij de robot. Gezelschapsrobots, pillen transport, huishoudelijke hulp en exoskeletten. 'Inzet van techniek en robotica gaat de standaard worden', meent Rovers. 'Over 20 jaar kunnen we ons niet meer voostellen dat we ooit zonder konden.' Maroeska Rovers Maroeska Rovers is hoogleraar medische technologie en innovatie aan het Radboudumc en wetenschappelijk directeur van TechMed centre van de Universiteit van Twente. Ze is gespecialiseerd in besluitvorming over robots in de zorg. Presentatie: Nina van den Dungen. Redactie en reportages: Sterre ten Houte de LangeSee omnystudio.com/listener for privacy information.
Julia Berezutskaya is one of the worlds leading researchers working in the area of brain computer interfaces. She is part of the brain-computer interface group (dept. Neurology & Neurosurgery) at UMC Utrecht, where she works at the intersection of fundamental and clinical neuroscience research. A key goal of her work on the computational modeling of cognitive and neurobiological processes is to one day allow for the decoding of naturalistic human speech from the brain signals of patients who have lost all motor function. In this conversation we discuss the basics of her work: what do the implants look like? Where do they go in the brain? What does the signal look like? What is being decoded? How are brain signals decoded? Who is getting these implants, and what is the state of the art? ►Watch on YouTube: https://youtu.be/JrE-Ux7BnHA ►You can find out more about the EU project that Julia is a part of where she will implant individuals with an intracortical BCI here: https://intrecom.eu/ ►You can see one of the mockup implants she uses here: https://wysscenter.ch/advances/ability/ ►Visit Julias website to find out more about her work: https://www.juliaberezutskaya.com/ These conversations are supported by the Andrea von Braun foundation (http://www.avbstiftung.de/), as an exploration of the rich, exciting, connected, scientifically literate, and (most importantly) sustainable future of humanity. The views expressed in these episodes are my own and those of my guests.
Onderzoeker Elly Hol van het UMC Utrecht bestudeert onder andere wat er nou voor zorgt dat ziekmakende tumorcellen zich zo succesvol kunnen verspreiden door het brein. Ze legt uit met welke innovatieve technieken het lukt om dit tot in detail te bekijken. Ook gaan we in deze aflevering langs in het lab, bij onderzoeker Emma van Bodegraven. Zij kijkt dan weer hoe onze eigen gezonde cellen soms juist helpen bij die verspreiding van tumorcellen. Benieuwd naar nog veel meer technieken van de toekomst op het gebied van hersenziektes? Het UMC Utrecht Hersencentrum organiseert samen met New Scientist NL een hele avond over dit onderwerp: 13 juni in TivoliVredenburg, er zijn nog kaarten.See omnystudio.com/listener for privacy information.
Hersenziektes zijn vaak enorm ingrijpend voor de mensen die ermee te maken krijgen. Ook zijn ze vaak moeilijk te behandelen, het brein is immers een extreem complex orgaan. Maar er zijn technieken in ontwikkeling waarmee het lukt om in hele moeilijke gevallen toch in te grijpen. Tijd om daar meer over te leren. We gaan langs bij neuroloog Tom Snijders in het UMC Utrecht. Daar kijkt hij in samenwerking met het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie en andere ziekenhuizen hoe hij met behulp van geluidsgolven en bubbeltjes voorbij de bloed-hersenbarrière kan komen. En dat proberen ze natuurlijk niet zomaar. Wanneer hersentumoren behandeld moeten worden met medicatie - zeker als opereren geen optie is - moet die medicatie wel op de goede plek in de hersenen kunnen komen. Vaak lukt dat nog niet of niet goed vanwege deze barrière. In het volgende deel van deze aflevering horen we meer van onderzoeker Elly Hol. Haar lab zit een paar gangen verder. Zij bestudeert wat er nou voor zorgt dat ziekmakende tumorcellen zich zo succesvol kunnen verspreiden door het brein. Emma van Bodegraven sluit ook aan. Zij kijkt dan weer hoe gezonde cellen daar soms bij helpen. Benieuwd naar nog veel meer technieken van de toekomst op het gebied van hersenziektes? Het UMC Utrecht Hersencentrum organiseert samen met New Scientist een hele avond over dit onderwerp: 13 juni in TivoliVredenburg, er zijn nog kaarten.See omnystudio.com/listener for privacy information.
In de regeneratieve geneeskunde wordt geprobeerd om beschadigde weefsels en organen te repareren of vervangen door gebruik te maken van lichaamseigen herstelprocessen. Vaak worden hierbij implantaten gebruikt gemaakt van slimme, soms levensechte of zelfs levende materialen die het lichaam kunnen helpen bij het herstel. Dat is ook waar ze in het DRIVE-RM consortium met meerdere universiteiten en kennisinstituten naar kijken. Ze hebben nu bijna 40 miljoen euro gekregen om de komende tijd flinke stappen te zetten in het onderzoek. De betrokken partijen werken al een tijdje samen. Het lukte ze al om een synthetisch biologisch afbreekbaar bloedvat te maken. Na de implantatie breekt het implantaat geleidelijk af, terwijl lichaamseigen weefsel het weer overneemt. ‘Het kan meteen functioneren als bloedvat, en verliest die functionaliteit niet naarmate het eigen lichaam het overneemt', zegt hoogleraar en projectleider Marianne Verhaar van het UMC Utrecht. De volgende stap is kijken hoe goed dit in patiënten werkt. Het aantal mensen met chronische ziekten stijgt door vergrijzing flink. Regeneratieve geneeskunde is veelbelovend om die aandoeningen effectief te behandelen door het lichaam te stimuleren zelf te herstellen. Met de nieuwe financiële impuls willen de topwetenschappers binnen deze samenwerking de herstelprocessen van weefsels en organen in de patiënt volledig doorgronden. Om vervolgens te werken aan nieuwe behandelingen voor hartfalen, nierfalen en aandoeningen van botten, kraakbeen en gewrichten. Lees hier meer over het onderzoek: Consortium van wereldklasse krijgt 37,5 miljoen voor regeneratieve geneeskunde met slimme materialen Naast dit project ontvingen nog 4 andere consortia een beurs. Hier lees je daar meer over: Van quantum tot klimaat: vijf teams van topwetenschappers ontvangen Summit grantSee omnystudio.com/listener for privacy information.
De afgelopen tijd is duidelijk geworden dat de zorg de patiëntenstroom bijna niet meer aankan. De oplossing ligt voor de hand: we moeten allemaal gezonder worden! Maar hoe doe je dat, als onze gezondheid voor een groot deel beïnvloed wordt door factoren waar we geen of weinig invloed op hebben, zoals luchtkwaliteit of sociaaleconomische achtergrond? Luister naar een gesprek met arts maatschappij & gezondheid dr. Marielle Jambroes (UMC Utrecht), ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting Eugenie Mac-nack (UMC Utrecht), en epidemioloog prof. dr. ir. Roel Vermeulen (UMC Utrecht).
Chiptechnologie is niet alleen goed voor snelle telefoons, slimme computers of zelfrijdende auto's. Ook ons lichaam kan ermee verbeterd worden. Verbonden met het brein, met als taak om belangrijke lichaamsfuncties te herstellen. Zoals horen, zien, lopen of weer praten. Maar zo'n chip in je brein vraagt ook veel van het lichaam, en van een patiënt. Hoe zorg je ervoor dat zo'n chip het juiste effect heeft in het lichaam en wanneer mag je überhaupt een chip in iemands lichaam implanteren? De vooruitzichten voor deze technologische ontwikkeling zijn veelbelovend en gaan razendsnel, maar roepen ook een hoop ethische vragen op. Die vragen bespreekt presentator Lara Billie Rense met Karin Jongsma, Universitair Hoofddocent Bio-ethiek bij het UMC Utrecht. ⏪ In de vorige aflevering (https://www.nporadio1.nl/podcasts/focus-wetenschap/103722/3-het-technologische-lichaam-3-hoe-een-hersenchip-je-leven-verandert-s09) sprak presentator Lara Billie Rense met verslaggever Stijn Goossens over zijn bezoek aan het lab van Pieter Roelfsema en hoor je meer over de oogchip van Jeroen Perk.
In this episode of JCO Article Insights, host Dr. Soldato discussed with Dr. Knikman and Dr. Cats the findings of a study that assesses the influence of fluoropyrimidine dosing based on DYPD genotype on both progression-free and overall survival. The article, featured in the December edition of JCO, presents groundbreaking and reassuring data. Furthermore, it highlights emerging research challenges aimed at refining the prescription practices of one of the most widely utilized chemotherapy agents, striking a delicate balance between safety and efficacy. TRANSCRIPT The guest on this podcast episode has no disclosures to declare. Davide Soldato: Welcome to this JCO Article Insights episode for the December issues of the Journal of Clinical Oncology. This is Davide Soldato, and today I will have the pleasure of interviewing Dr. Knikman and Dr. Cats, respectively first and corresponding authors of the manuscript titled "Survival of Patients with Cancer with the DPYD Variant Alleles and Dose Individualized Fluoropyrimidine Therapy: A Matched-Pair Analysis." Dr. Knikman is a clinical pharmacologist and assistant professor at the UMC Utrecht, while Dr. Cats is a gastroenterologist specializing in gastrointestinal oncology at the NKI in the Netherlands. Welcome, Dr. Knikman and Dr. Cats, and thank you for accepting our invitation today. Dr. Annemieke Cats: Thank you so much for the invitation. Davide Soldato: So I just wanted to start by discussing the manuscript that you published. But before delving into the results of the manuscript that was published in the JCO, I just wanted to ask if you could give a brief overview of the DPD polymorphism and explain a little its relevance in the clinical practice. Dr. Annemieke Cats: The DPD polymorphism is very important in the metabolism of fluoropyrimidines. Fluoropyrimidines have been in practice for over seven decades now in the world and more than 2 million people received fluoropyrimidines in the beginning of this millennium. The indications for fluoropyrimidines have only been extended since then, so a lot of people are receiving this fluoropyrimidines. But with the good side of that there's also another side and that is that there are a lot of side effects encountered by this chemotherapeutic drug. In the 1990s, it became clear that DPD was a key enzyme in the metabolism of fluoropyrimidines. Dr. Jonathan Knikman: To better understand the toxicity associated which fluoropyrimidines are accompanied by, we have to take a closer look at the metabolism of fluoropyrimidines, and more specifically at the key metabolic enzyme which is dehydropyrimidin dehydrogenase, DPD in short. This enzyme breaks down the main active metabolite into inactive metabolites because 5-fluorouracil is the main active metabolite which is metabolized into inactive metabolites. However, if this enzyme does not function properly, this could lead to higher exposures of the active metabolites and subsequently more toxicity. This can be caused by mutations in the gene encoding for the DPD enzyme, which is the DPYD gene, and single nucleotide polymorphisms, so mutations in this gene can lead to less functional DPYD enzymes, subsequently can lead to more toxicity. Davide Soldato: So basically, patients that are harboring these SNPs in the gene encoding for the enzyme have a higher risk of toxicities. I think what is really important about the manuscript you published is that, apart from looking at the toxicities, side effects and pseudo profile among these patients who harbor these SNPs you also wanted to check whether this was associated with some reduction or at least with inferior clinical outcomes. The endpoints you selected were progression-free survival and overall survival. But I was really interested, and I think our readers and listeners would be interested in understanding a little bit the methods of the study. What was the cohort of patients that was selected? Was this a cohort composed only of patients with gastrointestinal malignancy or also different types of malignancies? And in this second case, if you included the patients with different types of malignancies, did you have any methods to be sure that there was not any differences among these patients at the very beginning? So basically, how you handled all the confounding factors that could potentially impact the analysis of clinical outcomes. Dr. Annemieke Cats: To start your question, we have to go back to a previous study we performed, which was a prospective, multicenter study we performed in the Netherlands in 17 centers in which 1100 patients that had an indication for fluoropyrimidine therapy were included. In these 1100 patients, there were about 85 patients that were heterozygous carriers of a DPYD variant. What we did, we compared these two groups with each other, but before the DPYD carriers started, they had a reduced dose. The *2A variant carriers and the *13 carriers, they received a 50% dose, and the 1236 and 2846 they received a 75% dose. Those patients, a large amount of them consisted of patient with colorectal cancer, about 60%. And also breast cancer patients consist for a large amount of this group, it was about 20%. And then the rest were esophageal and gastric cancer mostly, and there was a group consisting of rare tumors as well like anal cancer. The comparisons showed that toxicity in the variant carriers was higher in the wild-type patients that received 100% dose. So despite those reductions, toxicity was higher in the carriers. But when we compared the variant carriers with historical controls, we saw that, especially for *2A, there was a large reduction of toxicity to a lesser amount. This was also the case for the 2846 variant carrier. But to a much lesser extent, there was a reduction in the 1236 carriers which worried us and this was the basis for a Clinical Pharmacogenetics Implementation Consortium (CPIC) to give a recommendation for starting for all these variant carriers with a 50% dose when treatment with fluoropyrimidine was indicated. Davide Soldato: Thank you very much for the clarification. So basically, you started from one previous prospective study that was composed of a mix of different cancer types. And then in the study that you now published in the Journal of Clinical Oncology, you also added an additional part of patients who were carriers of this variants. I imagine that there was some variability between patients who were carrying the variants and those were not carrying a variant. So I wanted to understand a little bit, did you perform a matched analysis or did you try to be sure that there was not any confounding factors that could impact the results? Dr. Jonathan Knikman: Yes, we performed an exploratory retrospective matched-pair analysis and we used a matched-pair analysis to select patients which are comparable between the DPYD variant carriers and the DPYD wild-type patients to ensure that on the most important factors, they were comparable and outcome was also comparable. In this matched-pair analysis, we compared progression-free survival and overall survival between DPYD variant carriers treated with the reduced dose and DPYD wild-type patients treated with the full dose. We matched these patients on five matching variables which were primary tumor type, stage of cancer, age within a range of plus or minus 10 years, sex, and treatment regimen to ensure the these patients as comparable as possible. Davide Soldato: And so now, moving on a little bit to the results, what were the results in brief regarding progression-free survival and overall survival for patients who were harboring a variant in the DPYD gene and those who were wild-type for this gene? Dr. Annemieke Cats:The results of our study showed that there was no significant difference in progression-free survival and overall survival between the DPYD variant carriers pooled as one group, treated with the reduced dose, compared to wild-type patients treated with the full dose. This suggests that DPYD-guided dosing can be performed safely without compromising treatment effectiveness. However, when we take a closer look at the individual variants, our study showed that progression-free survival and overall survival were not negatively impacted by DPYD-guided dosing in the 2846 and the DPYD *2A variant groups. However, in the group of 1236 variant carriers, we did find a significant difference in progression-free survival with a hazard ratio of 1.43, indicating that progression-free survival was shorter compared to the matched wild-type patients treated with the full dose. However, no difference was found in overall survival. So based on results on this study, we can conclude that DPYD-guided dosing can be used while treating patients with fluoropyrimidines without compromising effectiveness and improving safety. However, when patients do not experience toxicity or experience minimal toxicity, it is important to escalate the dose guided by toxicity to ensure maximum exposure to the treatment. Davide Soldato: Thank you very much. That was a very comprehensive overview of the results. I was really wondering regarding the variants in the 1236. So the one that you said was associated with a shorter progression-free survival. At the very beginning, Dr. Cats very well explained that in the first prospective trial that was done, among these patients, toxicity was still higher or they experienced more severe toxicities, even with a 25% dose reduction compared to what was planned. So I was wondering if you could speculate a little bit. Do you think that this reduction in the progression-free survival might potentially be associated with these higher rates of severe adverse events, and that maybe this has created a little bit of a gap in the adherence to chemotherapy? Dr. Annemieke Cats: We looked into the mean dose that the 1236 variant carriers received, and this was about 75% of the dosage. So the dosage was what the protocol prescribed for the study. And also the number of cycles did not differ from the wild-type patients. So, I think the patients did not stop earlier with their treatment than was intended to. What we did see however is that in the whole group, only 10% of the variant carriers had some kind of dose modification, which could be both an increase of the dose or a reduction of the dose. So, there were only a few patients where the dose was modified. We know that the 1236 variant carriers are a very heterogeneous group. DPD enzyme activity also shows a wide range, ranging from normal to very low dose even we described a patient with a homozygous 1236 mutation. And we would expect that there would be no DPD enzyme activity, but there was still some activity in this patient. Davide Soldato: That's a very good insight on this particular topic. So, just related to the conversation that we were just having, do you think that in general, for all DPD variants, and in particular, as we discussed, for the 1236, do you think that genotyping is sufficient for now to understand which is the right dose for these patients, to balance toxicities and to obtain the best clinical outcomes? Or do you think that we need more sophisticated or more integrated types of monitoring? Should we, for example, in the 1236, look more carefully at pharmacokinetics and so understand if these patients can receive higher doses because maybe, as you were saying, the activity of the enzyme is really higher than what we are expecting based on the genotype? Do you envision something like this happening in the future, or do you consider it as a potential line of research on this topic? Dr. Jonathan Knikman: It's a very interesting question, and it's something we've thought about a lot. At the moment, I think genotyping is the way to go and is the most robust and most validated method currently available with fluoropyrimidines. And I think it's a bit of both. Currently, as mentioned, I would recommend DPYD genotyping, and also in the 1236 variant carriers, as we have seen in previous studies, that toxicity is still increased even while administering 75% dose instead of a full dose. So we see that there's still more toxicity. However, our study also shows that progression-free survival is shorter compared to wild-type patients. So, it's quite a complex situation as we still have more toxicity, but the progression-free survival is also shorter, and that's where we would advise the dose escalation part. So, I think it's a combination of genotyping and escalating the dose when possible, if there is no toxicity or limited toxicity, to ensure maximum exposure and to minimize the effect on progression-free survival while still trying to reduce toxicity. Dr. Annemieke Cats: This is a very important question because we do not completely understand why toxicity is higher in the 1236 with a 25% dose reduction that may compromise progression-free survival. So we have to look in closer detail, and currently we are looking in closer detail to what do we have for a pharmacokinetic analysis, that you mentioned. What about DPD activity, enzyme activity? Can you titrate on that? And I think for now, it still stands that we should start with a 50% dose, but with the possible effectiveness of the dose in mind, you should go with an early titration, and I would say something about 25%. Although having said that, I have no data to underline this. And if you have the possibility to go for DPD enzyme activity in addition to genotyping, that would also help you to titrate doses on that. And that's where we stand now. But we need to know why these 1236 variant carriers have such a large range in activity and toxicity. Davide Soldato: I also think, and I can ask you if you agree with me, that this analysis is really very important because I think it's one of the first reports regarding the analysis, specifically of progression-free survival and overall survival based on variants of DPD. But at the same time, I think that we also have to underline for our listeners that this was still a retrospective and exploratory analysis. So it's true that you observed this association with shorter progression-free survival. But still, I think that we will need also more core studies to validate these findings and to be really sure and also to perform additional analysis as to what the mechanism is as you were saying. I don't know if you agree on this limitation of the study, despite its importance in regarding clinical outcomes. Dr. Annemieke Cats: We certainly agree with you that we have to keep in mind that it is an exploratory, retrospective analysis. Having said that, a randomized controlled trial certainly has some difficulties in it as well. Nowadays, it is not feasible to give patients with a DPYD variant a full dose. In 2018, there was a lawsuit in Oregon, and now recently in Ontario, Canada. There's also a lot of rumor in the news because of patients getting a full dose while having a DPYD variant. So the lethality of the toxicity in some variant carriers makes it not ethical to perform a randomized controlled trial. So we have to look for different designs that reflect real-world data and learn more about the genotype and also in different ethnicities. It is also very important because what we have studied considers the white population mostly and that's also a direction that future research should go to. Davide Soldato: Thank you very much. That was very insightful, especially the last part regarding ethnicity and the possibility that also these variants might be different according to that. So I think that the main message that we should pass is that when prescribing fluoropyrimidines, genotyping of DPD is fundamental because toxicities among patients harboring these variants can be severe and can also be lethal. You performed this retrospective exploratory analysis that provided us with overall reassuring data. There is still more research to be done, especially for the 1236 variant. So I think that that probably is our bottom line and main message for our listeners. And I just had one final question because in the manuscript that you published, you had localized, locally advanced, and also metastatic cancer that were all grouped together. Do you think that an additional line of research would be to specifically look at how these impactful outcomes only in the locally advanced and localized cancer compared, for example, with the metastatic? Dr. Annemieke Cats: You raised a very good point because there is a lot of variety within this study, and now you're mentioning locally advanced, local, or metastatic cancer. It's also within the cancer types. We studied different cancer types as well to reach a large amount of patients. It would be good to have a more homogeneous population that you can derive your conclusions from. So, I think that would certainly help us in the future, and we should look into whether we could do this together because before we had such a large population, we would need several countries to work together. Davide Soldato: Yeah, you're totally right. Thank you very much for underlining that last point. Thank you very much, Dr. Knikman and Dr. Cats, for being here with us today and for explaining to us and our listeners the results of your research. That concludes this episode of JCO Article Insights. We discussed the manuscript titled "Survival of Patients with Cancer with DPD Variant Alleles and Dose of Individualized Fluoropyrimidine Therapy: A Matched Pair Analysis." This is Davide Soldato, your host. Thank you for your attention, and stay tuned for the next episode. The purpose of this podcast is to educate and inform. This is not a substitute for professional medical care and is not intended for use in the diagnosis or treatment of individual conditions. Guests on this podcast express their own opinions, experiences, and conclusions. Guest statements on the podcast do not express the opinions of ASCO. The mention of any product, service, organization, activity, or therapy should not be construed as an ASCO endorsement.
Inflammatory bowel disease (IBD) — an umbrella term for conditions including Crohn's disease and ulcerative colitis — affects millions of people worldwide, sometimes severely affecting their quality of life. How is the gut microbiome of a person with IBD different, and can we use diet to change it and help with disease management? To answer these and other questions, we are in conversation with Dr. Marcel de Zoete, associate professor in the Department of Medical Microbiology at UMC Utrecht in The Netherlands, who has studied the gut microbiome in IBD. Also joining us is Zosia Krajewska, who lives with IBD after receiving a diagnosis at age 14.